en fobie is zekerheid zonder bewijs
Ik kamp sinds mijn jeugd met angsten en fobieen: pleinvrees, drukte, emetofobie. Wat een fobie zo eigenaardig maakt, is dat het gevaar volledig echt voelt terwijl je verstand weet dat het er niet is. Dat is precies de kloof tussen voelen en meten waar mijn hele werk op rust, alleen dan van binnenuit, waar ik hem niet kan wegmeten.
Waar ik het over heb¶
Ik heb sinds mijn jeugd te maken met angsten en fobieen. Pleinvrees, moeite met drukte, en emetofobie, de angst om over te geven of anderen te zien overgeven. Dat zijn zorgen die niet komen en gaan. Het zijn vaste bewoners.
Ik schrijf dit op omdat het bij me hoort en omdat ik dit manuscript eerlijk wil houden. Ik wil er geen les uit persen. Het meeste wat er over angst wordt gezegd door mensen die het niet hebben, klopt van geen kanten, en ik wil daar niet aan meedoen.
Ik schrijf het ook op omdat het elders in dit manuscript al doorwerkt zonder dat ik het benoem. Mijn novelle komt er rechtstreeks uit voort, zie Ik schreef een novelle vanuit mijn angststoornis. Wie dat stuk leest zonder dit stuk, ziet wel het resultaat en niet de bron.
Twee kanalen die elkaar niet horen¶
Een fobie gaat verder dan bang zijn voor iets. Iedereen is ergens bang voor. Het eigenaardige zit in de scheiding tussen de angst en het verstand.
Ik weet dat een volle ruimte me niets doet. Ik weet dat de kans dat er iets ergs gebeurt verwaarloosbaar is. Dat verstandelijke weten is er, helder en compleet, en het verandert niets aan wat het lichaam doet. Het hart gaat, de uitgang wordt gezocht, de wereld vernauwt. Kennis en gevoel zijn twee gescheiden kanalen, en het gevoel luistert niet naar het andere.
Dat is het deel dat buitenstaanders het slechtst begrijpen. Ze denken dat je iets niet weet, en dat uitleggen helpt. Ik weet het al. Weten is nooit het probleem geweest. Uitleg komt binnen op het kanaal dat altijd al werkte. Het kanaal dat het alarm afgeeft, leest geen argumenten. Het meldt in de taal van het lichaam, en die taal heeft geen woord voor waarschijnlijk niet.
Een fobie in de taal van bewijs¶
Ik kan dit ook opschrijven zoals ik een meetopstelling opschrijf, en dan wordt het scherper.
Elke detector kan op twee manieren fout zitten. Hij kan alarm slaan terwijl er niets is. Hij kan stil blijven terwijl er wel iets is. In mijn werk heten die twee de vals-positieve en de vals-negatieve. Bij elke meting ga ik ervan uit dat ze allebei kunnen optreden, en het grootste deel van mijn procedure bestaat uit het uitsluiten van de eerste.
Een fobie is de eerste soort fout, in extreme vorm, in een mens. Het alarm gaat af op een volle ruimte. De kans dat een volle ruimte gevaarlijk is, is verwaarloosbaar. Het alarm zegt daarmee vrijwel niets over de ruimte. Het zegt iets over het alarm.
Dan de tweede scheiding, en die is voor mijn werk de belangrijkste. Zekerheid en juistheid zijn twee losse grootheden. Bij een geijkt instrument lopen ze gelijk op. Hoe stelliger het meldt, hoe vaker het klopt, en daarom mag je op de stelligheid afgaan. Een fobie staat op maximale stelligheid en is bijna nooit juist. Dat is een ijkingsfout in het instrument, en het gevolg is dat de stelligheid geen informatie meer bevat.
Ik hoef niet te geloven dat zoiets kan bestaan in een waarnemer. Ik loop er een rond.
Waarom mijn methode hier iets aan heeft¶
Mijn hele methode rust op een enkele regel: een gevoel van zekerheid is nog geen bewijs. Een bevinding vertrouw ik pas als de meting haar draagt. Hoe overtuigend ze voelt, telt niet mee in die afweging. Ik beargumenteer eerst het tegendeel, juist omdat mijn eigen overtuiging me kan misleiden, zie Beargumenteer eerst het tegendeel van je eigen bevinding. Ik label elke bevinding als gemeten, afgeleid of vermoed, zodat een lezer kan zien welk deel op een waarneming rust en welk deel op mijn interpretatie, zie Label elke bevinding op bewijsniveau.
Diezelfde regel gebruik ik tegen anderen. Een overtuigde getuige levert nog geen betrouwbare meting, zie Een overtuigde getuige is geen betrouwbare meting. Iemand die stellig vertelt dat zijn telefoon meeluistert, heeft daarmee niets over die telefoon aangetoond. Hij heeft laten zien hoe stellig hij is. Mensen ervaren een verklaring als ik word door het algoritme weggedrukt als sluitend, terwijl juist het deel dat de verklaring zou dragen ontbreekt, zie Shadowban is een verklaring die niets verklaart.
Het ongemakkelijke is dat ik zelf zo'n getuige ben, elke keer dat mijn alarm afgaat. Van binnenuit is dat alarm niet te onderscheiden van kennis. Het voelt niet als een vermoeden dat om toetsing vraagt. Het voelt als een feit dat al vaststaat. Daardoor is die regel voor mij minder een leerstuk en meer een dagelijkse ervaring.
Ik denk soms dat mijn wantrouwen tegenover het overtuigende gevoel hier deels vandaan komt. Ik heb van jongs af aan geleerd dat iets wat honderd procent waar aanvoelt, gewoon onwaar kan zijn. Dat is een vermoeden over mezelf, en ik kan het niet toetsen. Er bestaat geen versie van mij zonder deze angsten om naast me te leggen, dus een controlegroep is er niet. Ik houd het daarom op vermoed en laat het daarbij, zie Mijn werkwijze: van vermoeden naar bevinding.
Begrijpen verandert niets¶
Nu de eerlijke kant, want anders wordt dit een te net verhaal.
Dat ik dit allemaal begrijp, lost het niet op. Ik kan het van buiten perfect ontleden, ik kan uitleggen dat het alarm vals is, en ik sta er nog steeds. Inzicht is geen genezing. De twee kanalen blijven gescheiden, ook als je precies weet dat ze dat zijn.
Er zit een logica in die je bijna kunt uittekenen. Alles wat ik hierboven opschrijf, landt op het kanaal dat het al goed deed. Ik voeg kennis toe aan de kant die nooit stuk was. De andere kant leest die kennis niet, dus daar verandert niets. Het is dezelfde reden waarom uitleg van een buitenstaander niet helpt, alleen dan met mijzelf als buitenstaander.
Dat is een harde les die ik ook in mijn werk terugzie. Weten dat iets zo is, is iets anders dan er verandering in brengen. Ik kan een schending meten, vastleggen en aantonen, en de schending gaat gewoon door. De meting verandert wat er bekend is over de situatie. De situatie zelf raakt ze niet aan. De kloof tussen begrijpen en veranderen is echt, en wie doet alsof begrip vanzelf in verandering overgaat, verkoopt lucht. Daarom is een bevinding op tafel leggen nooit het einde van het werk, zie Apple, Google en Meta verdienen aan tracking binnen de wet.
Wat wel iets doet¶
Ik ga hier geen behandeladvies geven. Ik ben mijn eigen geval en ik ben geen dokter. Wat ik kan zeggen is wat ik zelf heb gemerkt, met alle voorbehoud dat dat van mij is en niet van jou.
Wegpraten doet niets, wegdenken evenmin. Wat wel iets doet, is stap voor stap dichterbij komen bij wat je vreest. Klein genoeg dat je het aankunt, vaak genoeg dat het lichaam leert dat het alarm niet klopte. Het overtuigen slaat daarbij over. Het lichaam doet zelf de waarneming, en die waarneming is de correctie.
Dat is dezelfde vorm als in mijn werk. Een redenering verplaatst zelden iemand. Een meting doet dat wel. In beide gevallen komt de verandering van een waarneming die het systeem zelf ondergaat, op precies het kanaal waar het misgaat. Uitleg komt binnen waar het al goed ging. Blootstelling komt binnen waar het fout zit.
Het is traag, het is oncomfortabel, en het is het tegenovergestelde van een wereld die elke wrijving voor je wegneemt. Juist het opzoeken van gedoseerde weerstand maakt de angst kleiner. Vermijden maakt hem groter. Dat is de wrangste eigenschap van het geheel. De reflex die op het moment zelf de opluchting geeft, is dezelfde reflex die het probleem voedt. Elke keer dat je de ruimte uitloopt, bevestig je het alarm in zijn gelijk, en het alarm onthoudt dat. Dat sluit aan bij wat ik elders schrijf over vorming door weerstand, zie Doorstane tegenslag vormt mensen sterker dan comfort.
Ik zou nooit zeggen dat angst goed voor je is. Ze is niet goed. Ze is alleen het best te lijf te gaan door haar niet te ontlopen.
Waarom het hier staat¶
Omdat het waar is, en omdat dit manuscript over mij gaat en niet alleen over mijn werk.
En omdat het iets verklaart wat anders onverklaard blijft. Waarom vertrouwt iemand zijn eigen stellige gevoel zo weinig dat hij alles narekent? Bij mij is een deel van het antwoord dat ik van kinds af aan weet hoe overtuigend een gevoel kan zijn dat nergens op slaat. Ik heb geen boek nodig gehad over de onbetrouwbaarheid van de eigen waarneming. Ik heb het thuisadres.
Ik wil er ook geen deugd van maken. Er is niets nobels aan een alarm dat afgaat op niets, en ik zou het onmiddellijk inleveren als dat kon. Dat is geen prettige eigenschap om mee te leven. Voor dit werk is het de nuttigste die ik heb.
Zie ook Doorstane tegenslag vormt mensen sterker dan comfort, Beargumenteer eerst het tegendeel van je eigen bevinding en Identity, Shutter Island en The Number 23 tonen een kapot waarnemingsinstrument.
- DSM-5, criteria voor specifieke fobiede klinische omschrijving: angst die niet in verhouding staat tot het werkelijke gevaar