familiewapen Mick Beermickbeer.com

manuscript · Angst

gedachteAngstbronnenverwant

Ik schreef een novelle vanuit mijn angststoornis

Zien is een novelle die ik schreef vanuit mijn angststoornis. Ze volgt een engineer in Utrecht die in een database een bericht vindt dat er nooit had mogen staan, van iemand die een week later overleed. De tekst staat er zeven jaar later nog, door een technische beslissing die hij allang vergeten was. Dat is precies wat ik in mijn werk meet, alleen dan van binnenuit.

De gedachte die niet wegging

Ik heb een novelle geschreven, Zien, en ze komt rechtstreeks uit mijn angststoornis. Dat klinkt zwaar, en zo is het ook begonnen. Er was een gedachte die niet wegging. Wat als iets wat ik ooit heb gedaan, of juist heb nagelaten, gevolgen heeft die ik nooit heb gezien. Geen fout die meteen zichtbaar wordt en die je kunt herstellen, maar een die stil blijft liggen en pas jaren later een gezicht krijgt.

Een angststoornis werkt zo. Ze pakt een mogelijkheid die je niet kunt uitsluiten en behandelt die als zekerheid. Je kunt niet bewijzen dat er niets ligt, dus ligt er iets. Ik weet inmiddels dat die redenering niet klopt, en toch kan ik hem van binnenuit navoelen. De sprong van "het kan niet worden uitgesloten" naar "het is waar" voelt op het moment zelf als logica. Pas van een afstand zie je dat er een gat in zit. Het schrijven was een manier om die gedachte een vorm te geven, zodat ik ernaar kon kijken in plaats van erin te zitten.

Waar het verhaal over gaat

Zien volgt een engineer in Utrecht. Hij vindt in een database een bericht dat er nooit had mogen staan. Het is van iemand die een week later overleed. De tekst staat er zeven jaar later nog steeds, omdat hij hem zelf heeft bewaard, met een technische beslissing die hij allang vergeten was.

Dat is de hele kiem. Een klein besluit, ooit genomen zonder er lang bij stil te staan, dat blijft bestaan buiten de tijd waarin het nog betekenis leek te hebben. De engineer heeft niets kwaads gedaan. Hij heeft een regel opgeslagen die opgeslagen kon blijven. Het gewicht komt pas als hij het terugvindt en beseft dat het al die jaren daar lag, onaangeraakt, terwijl de persoon aan wie het toebehoorde er niet meer is.

Ik houd het bewust bij deze omtrek. Ik ga de plot hier niet verder invullen dan wat er staat, want dat is het verhaal en niet deze notitie. Waar het mij om gaat is de vorm van de angst, en die zit al helemaal in die ene vondst. Een spoor dat niemand meer beheert, dat blijft omdat vergeten makkelijker is dan wissen, en dat op een dag terugkijkt.

Waarom dit dezelfde vorm is als mijn werk

In mijn onderzoek meet ik precies dit, alleen van de andere kant. Ik stel vast dat gegevens blijven bestaan nadat hun bewaartermijn is verstreken. Ik zie dat een identifier die jaren geleden werd gezet, nog steeds meereist. Ik laat zien dat wat je niet opslaat, ook niet kan lekken, en dat het omgekeerde net zo hard geldt. Wat wel is opgeslagen, blijft liggen tot iemand het opruimt, en meestal ruimt niemand het op.

In het werk is dat een technische constatering. Een veld in een database, een datum die is overschreden, een regel die er nog staat. Koel, meetbaar, af te vinken in een rapport. In de novelle draag ik dezelfde constatering naar binnen en geef ik haar een gezicht. Daar is de nog bestaande regel geen bevinding in een tabel. Ze is iets dat een mens zeven jaar later nog aankijkt.

Dat is denk ik waarom het verhaal uit de angststoornis kon komen en niet uit het werk alleen. Het werk levert het feit. De angst levert de betekenis die het feit voor een mens heeft. Beide beschrijven hetzelfde mechanisme, data die achterblijft. Ze verschillen alleen in of je het van buitenaf telt of van binnenuit voelt. Mijn metingen tellen het. De novelle voelt het. Het is dezelfde waarheid, twee keer bekeken.

Waarom ik nuchter blijf meten en toch dit schreef

Er is een spanning die ik niet wil gladstrijken. Als onderzoeker houd ik mezelf streng aan wat ik kan aantonen. Ik label bevindingen op bewijsniveau. Ik zwak af wat ik niet hard kan maken. De angststoornis doet het omgekeerde. Ze maakt van een fragment een ramp en van een vermoeden een zekerheid. Op papier zijn dat tegenpolen.

Toch zitten ze in mij naast elkaar, en ik denk dat het een het ander scherpt. De discipline van het meten houdt de angst in toom, want ze dwingt me te vragen wat ik werkelijk zie. En de angst houdt de discipline wakker, want ze weet welk gewicht een droog feit kan dragen zodra er een mens achter zit. De novelle is de plek waar ik die twee bij elkaar laat komen zonder dat de een de ander overschreeuwt.

De toon die ik koos

Realistische Black Mirror. Geen science fiction, geen technologie die nog niet bestaat, geen twist waarin alles anders blijkt. Alles in Zien kan vandaag. Wat de engineer terugvindt, staat op dit moment in honderden Nederlandse databases, verspreid over diensten die niemand meer actief beheert.

Ik koos die toon omdat het nuchtere de angst juist scherper maakt. Een verzonnen dystopie kun je op afstand houden. Je sluit het boek en het is niet jouw wereld. Dit is nog het huis. De verontrusting komt niet van een toekomst die op ons afkomt. Ze komt van een heden dat we al hebben gebouwd en dat gewoon blijft draaien. Precies dat is wat mijn metingen ook laten zien, en precies dat wilde ik in een verhaal kunnen leggen zonder een cijfer te noemen. Een lezer die geen HAR-bestand kan lezen, voelt in een verhaal wat een overschreden bewaartermijn betekent.

Waarom het Zien heet

De titel heeft voor mij een dubbele bodem. Mijn werk bestaat uit zien. Ik maak zichtbaar wat verborgen meereist, een identifier in een biedstroom, een regel die de bewaartermijn heeft overleefd. Het is de hele inzet van wat ik doe, dat iets wat ongezien zijn werk deed, alsnog wordt gezien.

In de novelle keert dat om. Daar is zien geen keuze en geen methode. Het is iets wat de engineer overkomt. Hij wilde het niet vinden. Het bericht kijkt hem aan, en vanaf dat moment kan hij niet meer doen alsof hij het niet weet. Zien wordt daar een last, iets wat je draagt zodra je het eenmaal hebt gedaan.

En er is de lezer, die ik wil laten zien wat anders een abstractie blijft. Een overschreden bewaartermijn is een begrip. Een bericht van iemand die een week later stierf, zeven jaar later nog aanwezig, is een beeld. Het verhaal doet zijn werk als de lezer daarna zijn eigen sporen anders bekijkt. Drie keer zien, en elke keer wil ik dat het blijft hangen.

Wat het schrijven met mijn werk deed

Het schrijven veranderde iets aan hoe ik mijn metingen lees. Een overschreden bewaartermijn is voor mij niet meer alleen een regel in een rapport. Ik weet nu welk gewicht diezelfde regel kan dragen als er een mens achter zit. Dat maakt me niet minder nuchter in het meten. Het maakt me alleen preciezer in het uitleggen waarom het ertoe doet, en geduldiger met wie het cijfer niet vanzelf voelt.

En het gaf de angst een plek. Zolang de gedachte alleen rondging, was ze een last die niets opleverde. Toen ze een engineer in Utrecht werd, een database en een bericht van zeven jaar oud, werd ze iets dat ik kon bekijken en aan een ander kon laten zien. Dat is denk ik het meeste wat je van een angststoornis kunt vragen. Niet dat ze verdwijnt, maar dat ze ergens naar wijst dat waar is, en dat je dat aan iemand kunt doorgeven.

Zie ook Een fobie is zekerheid zonder bewijs, Hoe gevoeliger de context, hoe langer de identifier meegaat en Mensen nemen hun data heel persoonlijk.

bronnen
  1. Mick Beer, "Zien", novelle, 2026de tekst zelf, geschreven vanuit de eigen angststoornis
citeer alsBeer, M. (2026, 5 juni). Ik schreef een novelle vanuit mijn angststoornis. mickbeer.com. https://mickbeer.com/#ik-schreef-een-novelle-vanuit-mijn-angststoornis

lees dit stuk in het manuscript, met alles waar het aan hangt