ensen nemen hun data heel persoonlijk
Data voelt persoonlijk, en dat maakt het gesprek erover geladen. Zelfs organisaties die zich met privacy bezighouden, reageren soms emotioneel en defensief, en willen liever niet praten. Terwijl juist zij het gesprek zouden moeten aangaan.
Data raakt sneller dan een gewone fout¶
Data voelt persoonlijk, en dat maakt het gesprek erover geladen. Het gaat over je huis, je lichaam, je kind. Een bevinding daarover raakt sneller dan een technische fout in iets anders. Wie hoort dat zijn database traag is, haalt zijn schouders op. Wie hoort dat zijn locatie op een advertentieveiling is aangeboden, voelt iets in zijn maag.
Dat verschil is echt, en het is terecht. Locatie, gezondheid, gezinssamenstelling: dat zijn geen willekeurige velden in een tabel. Het zijn de dingen waarmee iemand je kan vinden, kan indelen, kan raken. De AVG noemt een deel ervan bijzondere persoonsgegevens en beschermt die extra, en dat is geen willekeur. Het volgt de intuïtie dat sommige data dichter op de mens zit dan andere.
Waarom het gesprek geladen raakt¶
Als ik een bevinding presenteer over iemands data, presenteer ik zelden een neutraal feit. Voor de ontvanger klinkt het als een oordeel over iets van hemzelf. Ik zeg "deze site laadt na akkoord een tracker die je toestel in een veiling aanbiedt". Hij hoort "jij bent onvoorzichtig geweest" of "jouw dienst deugt niet". De feitelijke inhoud en de gevoelde inhoud lopen uiteen.
Dat verklaart de temperatuur van veel reacties. Mensen verdedigen data zoals ze een deel van zichzelf verdedigen. De reactie is defensief voordat de inhoud is gewogen. Dit is afgeleid uit hoe gesprekken over privacy verlopen, niet uit een telling. Ik zie het patroon vaak genoeg terugkomen om het serieus te nemen.
Ook de professionals worden defensief¶
Het opvallende is dat dit ook geldt voor organisaties die zich beroepsmatig met privacy bezighouden. Zelfs zij reageren soms emotioneel en defensief, en willen liever niet praten. Terwijl juist zij het gesprek zouden moeten aangaan.
De defensiviteit is menselijk. Bij wie privacy verkoopt of keurt, is ze ook veelzeggend. Een partij die een keurmerk uitgeeft, een tool die zich privacyvriendelijk noemt, een dienst die compliance belooft: die hebben zich verbonden aan een norm. Als ik hun eigen product meet en er komt iets uit dat tegen die norm ingaat, dan raakt de bevinding niet alleen hun data. Ze raakt hun claim.
Wie de eigen meting niet verdraagt¶
Hier zit voor mij de kern. Wie zijn eigen meting niet kan verdragen, gelooft zijn eigen norm niet helemaal. Een partij die overtuigd is van haar privacybelofte, heeft van een meting weinig te vrezen. In het ergste geval leert ze iets en repareert ze het. De heftige afweer past bij iemand die vermoedt dat de meting klopt.
Ik zeg met opzet vermoedt. Ik kan iemands binnenwereld niet meten. Ik zie de reactie, en ik zie de meting ernaast. De reactie van "dit willen we niet bespreken" bij een partij die privacy verkoopt, is een gedragssignaal, geen bewijs van kwade trouw. Het is opvallend genoeg om te benoemen en te zwak om als bewijs te gebruiken. Dat onderscheid houd ik streng.
Het spiegelbeeld bevestigt het. De partijen die wel het gesprek aangaan, die vragen om de HAR, die zeggen "laat zien waar het misgaat", zijn vrijwel altijd de partijen die daarna iets repareren. Wie de meting opzoekt, heeft er belang bij dat de norm klopt. Wie de meting mijdt, beschermt iets anders dan de norm.
Hoe ik ermee omga in mijn werk¶
Praktisch betekent dit een paar dingen. Ik scheid de meting van de persoon. Ik zeg wat de data doet, niet wat de maker deugt. "Deze tracker vuurt na weigeren" is toetsbaar. "Jullie geven niet om privacy" is een oordeel dat ik niet kan meten en dat het gesprek onmiddellijk sluit.
Ik leg het bewijs erbij, altijd, met het bewijsniveau erop. Dat verlaagt de temperatuur, want het verplaatst het gesprek van gevoel naar data. Wie boos is, kan de HAR openen en zelf kijken. Soms haalt dat de angel eruit. Soms niet, en dan noteer ik de weigering als wat ze is: een gedragssignaal dat een vraag oproept.
En ik hou er rekening mee dat de heftigheid van een reactie niets zegt over mijn gelijk. Een kalme reactie maakt mijn bevinding niet waar, een woedende reactie maakt haar niet onwaar. De meting staat los van hoe hij landt. Dat is precies waarom ik hem zelf publiceer, narekenbaar, zodat het oordeel bij de data ligt en niet bij het humeur van wie hem leest.
Waarom een dataschending anders raakt dan een bug¶
Het loont om te benoemen waarom data een aparte categorie is. Een gewone softwarefout raakt de werking van een dienst. De pagina laadt traag, een knop doet het niet, een formulier verliest je invoer. Vervelend, en op te lossen. De schade blijft binnen de dienst.
Een dataschending raakt iets dat de dienst verlaat en niet meer terugkomt. Zodra je locatie op een veiling is aangeboden, is die stap onomkeerbaar. Je kunt de tracker uitzetten voor de volgende keer, en dat helpt vooruit. Wat al vertrokken is, haal je niet terug. Dat verschil in omkeerbaarheid verklaart een deel van de lading. Mensen voelen aan dat een datalek een andere klasse is dan een bug, en die intuïtie klopt met hoe de techniek werkt. Wat weg is, is weg.
Eigenaarschap maakt de reactie voorspelbaar¶
De emotie wordt sterker naarmate iemand zich eigenaar voelt van wat gemeten wordt. Een willekeurige bezoeker die hoort dat een site trackt, haalt zijn schouders op. De bouwer van die site voelt een aanval op zijn werk. De verkoper van een privacykeurmerk voelt een aanval op zijn belofte. Hetzelfde feit, drie temperaturen, en het verschil is hoeveel van de eigen identiteit erin geïnvesteerd zit.
Dat is bruikbaar om te weten voordat ik een bevinding breng. Ik weet vooraf dat de reactie feller zal zijn naarmate de ontvanger dichter op het gemeten object zit. Dat verandert niets aan wat ik meet. Het verandert wel hoe ik het breng. Ik richt de bevinding op de data en niet op de maker, ik lever het bewijs erbij, en ik verwacht de defensiviteit zonder me erdoor te laten afleiden. De felheid is informatie over de ontvanger, en de data blijft het onderwerp.
Je zou uit dit alles kunnen afleiden dat het gesprek zinloos is. Als data mensen persoonlijk raakt en zelfs professionals defensief maakt, waarom dan nog aankloppen? Het antwoord is dat de defensiviteit niet het laatste woord is. Ze is de eerste reactie. Wie na de schrik de HAR openslaat en zelf gaat kijken, komt vaak op een ander punt uit dan waar hij begon.
Ik heb dat vaker zien gebeuren dan het tegendeel, en dat is de reden dat ik het gesprek blijf zoeken. De eerste mail is bijna altijd koel of afhoudend. De tweede, nadat het bewijs op tafel ligt, is inhoudelijker. Het lukt niet altijd, en soms blijft de deur dicht. Toch is de kans op een reparatie het grootst bij de partij die uiteindelijk meekijkt, en dus is meekijken uitlokken de moeite waard. Ik breng de bevinding daarom zo dat meekijken makkelijk is: de bron erbij, het bewijsniveau erop, en de vraag open in plaats van dichtgetimmerd.
Dat de emotie er is, neem ik als gegeven. Het is menselijk dat data raakt, en ik reken het niemand aan. Wat ik wel doe, is de emotie en de meting uit elkaar houden, zodat de een de ander niet gijzelt. De boosheid mag er zijn. De data verandert er niet door.
Zie ook Label elke bevinding op bewijsniveau, Apps die je paspoort scannen of je gezicht lezen zijn spionagegereedschap en Wie ben ik om iets te vinden? Ik draai het om.
→terug te vinden in Reactie op Pels Rijcken
- Mijn artikel: Reactie op Pels Rijckende gepubliceerde zaak waar deze notitie uit volgt