Het proces beschrijft geen rechtszaak maar een nieuwscyclus
Josef K. hoort nooit waarvan hij wordt beschuldigd, het oordeel ligt er voordat er iets is onderzocht, en iedereen die hij tegenkomt is volstrekt zeker van zijn zaak zonder het geheel te overzien. De macht oogt daardoor onverklaarbaar, alsof onzichtbare plaaggeesten eraan trekken. Dat is niet de beschrijving van een rechtsstelsel dat ontspoort, het is de beschrijving van hoe een hedendaagse zaak door het publiek wordt afgehandeld: de uitkomst staat vast op dag één, en de betrokkenen begrijpen er samen minder van dan één iemand zou moeten. Wat dat met een mens doet is niet woede maar uitputting: je wordt niet verslagen, je bent overgeleverd.
Wat er in het boek gebeurt¶
Josef K. wordt op een ochtend aangehouden zonder dat hem wordt verteld waarvoor. Hij mag blijven werken. Er is een proces, maar hij ziet geen rechter, krijgt geen aanklacht te lezen en spreekt nooit iemand die het dossier kent. Hij ontmoet advocaten die vooral over hun eigen positie praten, een schilder die uitlegt hoe je een vrijspraak kunt uitstellen maar nooit kunt halen, en bewakers die niet weten waarom ze er staan.
Wat mij bij het lezen het langst is bijgebleven, is niet de dreiging. Het is het gebrek aan een centrum. Er is geen kwaadaardig brein dat K. wil pakken. Er is helemaal geen brein.
De verdeling van kennis¶
Dat is het mechanisme, en het is preciezer dan het woord kafkaesk suggereert.
In een gewone rechtszaak weet iemand het geheel. De rechter heeft het dossier. In Het proces is die kennis versnipperd over tientallen mensen die elk een fragment hebben, en niemand voegt de fragmenten samen. De advocaat weet iets van de procedure maar niets van de zaak. De bewaker weet van de aanhouding maar niet van de grond. De schilder kent de rechters maar niet de wet.
Tel je alles op wat de personages samen weten, dan kom je niet op het geheel uit. Je komt op minder dan wat één goed geïnformeerd mens zou hebben. Kennis die versplinterd is, telt niet op maar valt weg.
En let op wat er tegelijk gebeurt: niemand van hen twijfelt. Iedereen spreekt met volle zekerheid over zijn eigen fragment. De onzekerheid zit alleen bij K., de enige die probeert het geheel te zien.
De macht lijkt gedreven door onzichtbare plaaggeesten¶
Dat is precies het gevoel dat het boek achterlaat. De macht in Het proces is niet groot en dreigend, ze is onverklaarbaar. Deuren gaan open op momenten die niemand heeft besloten. Een zolderkamer blijkt een rechtszaal. Een bewaker wordt gestraft omdat K. over hem klaagde, in een kamer die er de dag ervoor niet was.
Het oogt alsof er plaaggeesten aan het werk zijn: kleine, onzichtbare krachten die aan de touwtjes trekken zonder plan en zonder gezicht.
Dat gevoel is geen literaire truc, het is wat er met je waarneming gebeurt zodra een systeem geen centrum heeft. Wij zijn gebouwd om achter gebeurtenissen een bedoeling te zoeken. Vinden we die niet, dan verzinnen we hem liever dan dat we hem loslaten. Daarom eindigt bijna elke poging om zoiets te verklaren in een van twee richtingen: een samenzwering, of het bovennatuurlijke.
Beide zijn geruststellender dan het antwoord dat overblijft. Er is niemand die het stuurt. De structuur produceert de uitkomst zonder dat iemand hem heeft gewild, en dat maakt hem juist zo moeilijk aan te vechten: je kunt geen gesprek voeren met een verdeling van taken.
Ook dat herken ik uit mijn eigen werk. Wie een tracker op een zorgsite vindt, wil geloven dat iemand daar besloten heeft om zieke mensen te verhandelen. Dat is bijna nooit wat er gebeurde. Er was een marketingbureau met een deadline, een formulier dat niemand las, en een leverancier die standaard alles aan zet. Het resultaat is even schadelijk en er is geen dader die je kunt aanwijzen. Zie Bij gedrag telt het effect, bij de persoon de intentie.
Waarom dit een nieuwscyclus beschrijft¶
Leg daar een hedendaagse zaak naast, en het valt op zijn plaats.
Er is een beschuldiging die zich verspreidt voordat iemand het dossier heeft gezien. Er is een oordeel dat vaststaat op de eerste dag, en al het latere onderzoek wordt gelezen als bevestiging of als uitvlucht. Er zijn duizenden mensen die zich uitspreken, elk met één fragment: een screenshot, een kop, een citaat uit een tweede hand.
En ook hier stapelt de kennis niet op. Wie vijftig reacties leest, weet niet meer dan wie er vijf leest. Hij weet alleen zekerder.
De persoon die het onderwerp is, verkeert intussen in de positie van K.: hij weet niet precies waarvan hij beschuldigd wordt, want de aanklacht verschuift, en hij kan zich niet verweren tegen een verwijt dat nergens in één zin staat opgeschreven. Wie zich verdedigt tegen de versie van gisteren, verdedigt zich tegen de verkeerde versie. Zie Een weerlegging telt pas als zij de gepubliceerde versie van de claim raakt.
Vijftig procent, en de rest dwaalt¶
Mijn scherpste samenvatting van beide, boek en nieuwscyclus, is deze. Er is misschien één iemand die voor de helft begrijpt wat er werkelijk aan de hand is. De rest beweegt eromheen met de zekerheid van iemand die het geheel overziet.
Dat is geen belediging aan het publiek. Het is een structuurkenmerk. Wie één fragment heeft, kan niet weten hoe groot het geheel is, en juist daardoor voelt zijn fragment volledig. Onwetendheid die zich niet van zichzelf bewust is, klinkt precies als kennis.
Ik zie hetzelfde in mijn eigen vakgebied, en daar kan ik het meten. Bij vrijwel elke zaak die ik onderzoek, blijkt de organisatie niet te bestaan uit mensen die iets verbergen, maar uit mensen die elk een deel beheren en aannemen dat iemand anders het overzicht heeft. De marketeer zet een tag aan. De ontwikkelaar levert de site op. De jurist tekent een verwerkersovereenkomst. Alle drie doen ze hun deel goed, en samen produceren ze een overtreding die niemand heeft besloten. Zie De bouwers en de beslissers weten vaak niet van elkaar.
Dat is Het proces, maar dan met een AVG-boete aan het eind in plaats van een steengroeve.
Waarom dit hopeloos maakt en niet boos¶
Onrecht maakt boos. Dit maakt moe, en dat verschil is het hele boek.
Boosheid heeft een adres nodig. Je kunt je verzetten tegen iemand die je iets aandoet, je kunt hem aanspreken, aanklagen, overtuigen of verslaan. Al die routes vragen een tegenpartij. Het proces geeft K. die nooit. Er is geen persoon die de macht draagt, dus er is niets om je tegen af te zetten, en de energie die je normaal in verzet steekt, loopt weg in de lucht.
Wat overblijft is uitputting. K. blijft doorgaan, maar zijn verzet verandert onderweg van karakter. Eerst wil hij bewijzen dat hij onschuldig is. Later wil hij alleen nog weten waarvan hij beschuldigd wordt. Aan het eind wil hij vooral dat het ophoudt. Dat is de curve van iemand die niet wordt verslagen maar wordt versleten.
En er zit nog iets onder. Zolang je gelooft dat het systeem in elkaar zit zoals het hoort, kun je hopen dat het zich uiteindelijk corrigeert. Zodra je merkt dat niemand het overziet, valt die hoop weg. Niet omdat iemand je vijandig is, maar omdat er niemand thuis is. Dat is een specifieke soort somberheid: je bent niet verslagen, je bent overgeleverd.
Ik kom die precies zo tegen bij mensen na een datalek of een schending. De eerste reactie is woede, en die is bruikbaar. Wat erna komt is erger: ze bellen de organisatie en krijgen een afdeling die het niet is, ze mailen de toezichthouder en horen maanden niets, ze lezen een privacyverklaring waarin niets staat over wat er met hen is gebeurd. Op dat punt haken de meesten af, en dat is geen zwakte. Er valt op dat moment niets meer te doen wat resultaat oplevert. Zie De sterkste bevindingen liggen achter DigiD en vitale publieke diensten en Mensen nemen hun data heel persoonlijk.
Dat is ook waarom ik moeite heb met de gedachte dat mensen het gewoon zelf moeten uitzoeken. Uitzoeken kan alleen als er iets te vinden is. Zie Wat als zelfredzaamheid geldt, is meestal het vermogen om hulp in te kopen.
Wat het boek beter doet dan het woord¶
Het bijvoeglijk naamwoord kafkaesk is een succes, en het is tegelijk een verarming. In het spraakgebruik betekent het inmiddels ongeveer: ingewikkeld en frustrerend. Een formulier dat je drie keer moet invullen heet kafkaesk.
Dat mist waar het boek over gaat. Het gaat niet over ergernis, het gaat over een oordeel dat wordt geveld door een verzameling die als geheel minder weet dan haar delen suggereren. Zie Kafka's grootste creatie is een bijvoeglijk naamwoord.
Daarom is het boek nog steeds nuttig en het woord bijna niet meer. Wie de structuur eenmaal herkent, ziet hem terug in een timeline, in een vergaderreeks, in een dossier dat langs zeven afdelingen gaat, en in de behandeling van een melding die door niemand wordt tegengesproken en ook door niemand wordt opgepakt.
De toets die ik eruit haal¶
Bij elke zaak waarin ik zelf een oordeel wil vellen, stel ik nu deze vraag: is er iemand die het geheel overziet, en heb ik met die persoon gesproken.
Is het antwoord nee, dan ben ik een van de figuren in het boek. Dan heb ik een fragment, en het gevoel van volledigheid dat bij een fragment hoort. Zie Een overtuigde getuige is geen betrouwbare meting, Gemeten is niet bewezen en Dezelfde melding krijgt tegenovergestelde reacties.
Dat is ook waarom ik mijn eigen stukken opdeel in wat ik heb gemeten en wat ik daaruit afleid. Niet omdat het netjes staat, maar omdat het de enige manier is om te voorkomen dat ik met de zekerheid van de bewaker over de zaak van K. praat.