familiewapen Mick Beermickbeer.com

manuscript ·

gedachteWaarom ik dit doebronnenverwant

Wie ben ik om iets te vinden? Ik draai het om

De vraag is niet wie ik ben om hier iets van te vinden. Ik draai het liever om. Wij zijn allemaal verantwoordelijk en aangewezen om dit te doen. Als niemand het doet, gebeurt er niets.

Waarom ik het zie

De omkering hierboven geldt voor iedereen, en toch is er een reden dat ik het ben die het vindt. Ik zie fouten door een combinatie die zelden samenvalt. Een onderzoeksmindset, sterke patroonherkenning, en een moreel kompas dat me laat opmerken wat anderen voorbij laten gaan. Voor precies dit soort werk word ik al lang betaald, en ik zet het in voor het goede.

Die drie los van elkaar zijn niet zeldzaam. Er zijn genoeg mensen met een onderzoeksmindset, genoeg mensen die patronen zien, genoeg mensen met een sterk kompas. Wat zeldzaam is, is dat ze in één persoon samenvallen en op hetzelfde onderwerp worden gericht. Een onderzoeker zonder kompas ziet de afwijking en haalt zijn schouders op. Een moreel gedreven mens zonder de techniek voelt dat er iets mis is en kan het niet aantonen. Ik kan het zien, het bewijzen, en ik vind dat het bewezen moet worden.

Het kompas doet daarin meer werk dan het lijkt. Techniek en patroonherkenning bepalen of je iets kúnt vinden. Het kompas bepaalt of je ernaar kijkt. In dit vak liggen de afwijkingen vaak in het volle zicht, en toch loopt bijna iedereen eraan voorbij. Dat is geen kwestie van kunnen. Het is een kwestie van willen zien. Wie er belang bij heeft dat het blijft zoals het is, kijkt weg, vaak zonder het zichzelf toe te geven. Ik heb dat belang niet, en ik heb de neiging om juist wel te kijken waar het ongemakkelijk wordt. Die neiging is geen verdienste die ik mezelf heb aangemeten. Ze zit er nu eenmaal, en ze richt de techniek op plekken waar anderen hun blik afwenden.

Al gewaardeerd, en niet alleen door mij

De vraag wie ik ben om dit te vinden veronderstelt dat ik alleen sta. Dat is niet zo. Meerdere bedrijven waarderen dit werk. Ik heb me commercieel bewezen, maatschappelijk bewezen, en tot in de Tweede Kamer bewezen, waar een meting van mij tot Kamervragen leidde. Dat laatste is een controleerbaar feit: de vragen zijn gesteld naar aanleiding van wat ik had gemeten.

De cijfers onderstrepen het. In het eerste half jaar dat ik dit werk publiek deelde, haalden mijn bijdragen bijna zes miljoen impressies en ruim 1,18 miljoen bereikte mensen, met meer dan 62.000 interacties: ruim 50.000 reacties, 5.300 commentaren en honderden reposts. Losse stukken over de Ray-Ban Meta, over cyclus-apps en over mijnoverheid.us haalden elk rond het half miljoen impressies. De reacties waren, naar mijn eigen schatting, voor 95 tot 99 procent uitgesproken positief. Dit is een gefundeerd standpunt, geen losse mening vanaf de zijlijn.

Ik zet er meteen het bewijsniveau bij, want dat hoort zo. De impressies en interacties zijn gemeten cijfers van de platforms. Het aandeel positieve reacties is mijn eigen schatting, dus afgeleid, en die presenteer ik ook als schatting. De Kamervragen zijn een openbaar feit. Ik houd die drie soorten uit elkaar, zodat het gewicht klopt.

Waardering is nog geen gelijk

Waardering bewijst niets. Bereik bewijst niets. Een miljoen mensen kunnen iets waarderen dat toch niet klopt. Aandacht en applaus meten hoe goed een verhaal aanslaat, niet of het waar is. De cijfers hierboven zeggen dat veel mensen mijn werk zagen en er positief op reageerden. Ze zeggen op zichzelf niet dat mijn bevindingen juist zijn.

Dat klopt, en daarom rust mijn antwoord er niet op. De cijfers laten zien dat het werk gezien wordt en dat het weerklank vindt. Ze zijn een teken dat ik ergens een snaar raak. Ze zijn geen bewijs van juistheid, en ik behandel ze ook niet zo. Wie de vraag stelt wie ik ben om iets te vinden, verdient een antwoord dat sterker is dan een impressietelling.

Ik hecht er zelfs aan om die twee streng gescheiden te houden, want de verwarring ervan is een klassieke fout. Populariteit die zich voordoet als bewijs, is precies waar het veld dat ik bekritiseer aan lijdt. Een keurmerk dat vertrouwd wordt omdat het bekend is. Een expert die gehoord wordt omdat hij vaak in de krant staat. Als ik mijn eigen gelijk op bereik zou bouwen, zou ik dezelfde fout maken die ik anderen verwijt. Dat wil ik niet, en daarom leg ik het gewicht ergens anders neer.

De toets die telt is weerlegging

De eerlijkste maatstaf voor of ik iets mag beweren is mijn titel niet, en mijn bereik evenmin. De toets is of mijn bevindingen standhouden als iemand ze serieus probeert onderuit te halen. Mijn werk is daarvoor geschikt gemaakt. Ik publiceer de meting, de methode en het ruwe bewijs. Iedereen met de kennis kan het nameten en aantonen waar ik ernaast zit.

Tot op heden heeft een goede weerlegging, een echte debunking van mijn werk, niet plaatsgevonden. Dat is een sterker signaal dan alle applaus samen. Applaus kost niets. Een weerlegging kost moeite en levert degene die haar rond krijgt juist aanzien op. Er is dus een prikkel om mij onderuit te halen, en het is niet gebeurd. Zolang dat zo is, staat het werk op eigen benen.

Ik teken er wel een grens bij. Dat er nog geen weerlegging is, betekent niet dat er nooit een komt. Afwezigheid van tegenbewijs is geen bewijs. Het betekent dat het werk de toets tot nu toe doorstaat, en dat is het hoogste wat een bevinding op enig moment kan zeggen. Als er morgen een houdbare weerlegging komt, pas ik aan. Dat is de afspraak die de methode met zichzelf maakt.

Dat maakt de manier van werken zelf tot een deel van het antwoord. Ik bouw mijn bevindingen zo dat ze te breken zijn. Ik zet de meting, de stappen en het ruwe materiaal erbij, juist op de plekken waar iemand mij het makkelijkst zou kunnen betrappen. Een bewering die niet te weerleggen is, is niets waard, want ze kan nooit worden getoetst. Ik richt mijn werk expres op het tegendeel. Ik maak het zo weerlegbaar mogelijk, en dan houd ik mijn adem in of het standhoudt. Tot nu toe houdt het stand. Dat is een geruststelling die ik heb verdiend door het risico te nemen, en niet door het te vermijden.

De vraag zelf is een afleiding

Het loont om even stil te staan bij de vraag zelf. Wie ben jij om dit te vinden. Merk op wat die vraag doet. Ze gaat over de persoon en niet over de zaak. Ze vraagt niet of de meting klopt, ze vraagt of ik de juiste papieren heb om haar te doen. Dat is een verschuiving van het onderwerp naar de spreker, en die verschuiving is vaak een manier om de zaak te ontlopen. Wie de bevinding niet kan weerleggen, kan altijd nog de vinder in twijfel trekken.

Ik neem die vraag toch serieus, want ze leeft breed, en het antwoord erop zegt iets over hoe je kennis zou moeten wegen. Autoriteit op titel is een zwakke maatstaf. Een titel zegt dat iemand ooit een opleiding heeft afgerond, en niet dat zijn bewering van vandaag klopt. De sterke maatstaf staat los van de persoon. Ze vraagt of de bewering te controleren is en of ze de controle doorstaat. Op die maatstaf doet het er weinig toe wie ik ben. Op die maatstaf doet het ertoe of het werk klopt.

Wie hardnekkig op de persoon blijft hameren, verraadt daarmee iets. Meestal is het een teken dat de zaak zelf niet te weerleggen valt, en dat de vraagsteller dat aanvoelt. Dan wordt de herkomst van de boodschapper het laatste aanknopingspunt. Ik laat me daar niet naartoe trekken. Ik breng het gesprek telkens terug naar de meting, want daar hoort het thuis.

Wat dit voor mijn werk betekent

Zo bekeken lost de vraag zichzelf op. Wie ik ben doet er voor de geldigheid van een bevinding niet toe. Een meting die klopt, klopt ongeacht wie haar deed. Een meting die niet klopt, valt om zodra iemand haar natrekt, hoe indrukwekkend de maker ook is. Door mijn werk controleerbaar te maken, haal ik mijn eigen persoon uit de vergelijking. Dat is precies de bedoeling.

Dat is ook mijn antwoord op de vraag. Wie ben ik om dit te vinden. Iemand wiens werk zich laat controleren en overeind blijft. Het staat overeind doordat het klopt, en niet doordat ik het zeg. De dag dat het niet meer overeind blijft, hoor ik het als eerste te willen weten.

Zie ook Waarom ben ik de enige die dit doet?, Waarom krijgen mijn stukken zoveel tractie? en Label elke bevinding op bewijsniveau.

bronnen
  1. Eigen bewijsladder: gemeten, afgeleid, vermoedde omkering: de vraag is niet wie het zegt, de vraag is of het klopt
citeer alsBeer, M. (z.d.). Wie ben ik om iets te vinden? Ik draai het om. mickbeer.com. https://mickbeer.com/#wie-ben-ik-om-iets-te-vinden-ik-draai-het-om

lees dit stuk in het manuscript, met alles waar het aan hangt