oorstane tegenslag vormt mensen sterker dan comfort
De Bijbel zegt dat verdrukking volharding voortbrengt, en dat is geen troostpraatje maar een uitspraak over hoe mensen worden gevormd. Een kind dat binnen veilige grenzen tegenslag doorstaat, wordt een prettiger mens dan een kind dat alles voor elkaar krijgt. Dat is geen pleidooi om iemands leven te verzwaren. Het is een pleidooi om meer zelf te doen waar dat kan.
Een oude gedachte¶
Dat tegenslag vormt is geen nieuw inzicht en geen persoonlijke vondst van mij. In de brief aan de Romeinen staat de keten kort en droog: verdrukking brengt volharding voort, volharding beproefdheid, en beproefdheid hoop. Jakobus zegt het in dezelfde geest over beproeving die standvastigheid werkt.
Wat me daaraan opvalt is dat het geen troostformule is. Het is geen belofte dat het later goed komt. Het is een bewering over volgorde: dit komt uit dat voort, en zonder dat komt het niet.
In de moderne psychologie duikt dezelfde vorm op, onder andere in het werk van Jordan Peterson, die het thema breed onder de aandacht heeft gebracht: bescherm een kind niet tegen alles, want juist in het aangaan van moeilijkheid ontstaat het vermogen om moeilijkheid aan te kunnen.
De omgekeerde U¶
Hier moet ik meteen de belangrijkste nuance aanbrengen, anders wordt dit gevaarlijke onzin.
Het is geen rechte lijn waarbij meer lijden meer vorming geeft. Het is een omgekeerde U. Te weinig weerstand levert iemand op die bij de eerste echte tegenslag omvalt, omdat hij nooit heeft geoefend. Te veel, of te vroeg, of zonder iemand die opvangt, beschadigt en vormt niet. Dat laatste is geen mening: onderzoek naar ingrijpende jeugdervaringen laat een duidelijk verband zien met schade die decennia meegaat.
Het verschil zit in dosering en in of er iemand naast je staat. Een kind dat valt en zelf opstaat terwijl een ouder toekijkt, leert iets. Een kind dat valt en niemand heeft, leert iets heel anders.
Daarom zeg ik uitdrukkelijk niet dat je iemands leven moeilijker moet maken. Dat is de verkeerde conclusie uit een juiste waarneming, en ze wordt vaak getrokken door mensen die het op anderen toepassen en niet op zichzelf.
Wat je wel kunt doen¶
De praktische vertaling is veel saaier en veel kleiner: meer zelf doen waar het kan.
Zelf koken in plaats van bestellen. Zelf uitzoeken voor je het vraagt. Zelf repareren voor je vervangt. Zelf de zin nog een keer schrijven voor je hem laat schrijven. Geen van die dingen is lijden in enige serieuze zin. Het is alleen wrijving, en wrijving is precies wat er tegenwoordig systematisch uit het dagelijks leven wordt weggehaald, want elke weggenomen wrijving is een verdienmodel.
Dat is wat me eraan interesseert. Het comfort dat ons wordt verkocht is niet neutraal. Elke handeling die iemand van je overneemt, is een handeling die je niet meer oefent.
Hetzelfde patroon, drie domeinen¶
Hier komt dit samen met de rest van wat ik schrijf, en dat verraste me zelf.
Ik betoog dat je AI pas moet gebruiken als je zelf hebt leren denken, omdat het middel anders de oefening vervangt in plaats van te versterken. Ik betoog dat koken verdwijnt als een generatie het niet meer hoeft, en dat de terugweg dan dicht is. En ik betoog nu dat mensen gevormd worden door weerstand die ze zelf doorstaan.
Dat zijn niet drie standpunten. Het is een keer hetzelfde, toegepast op denken, op vaardigheid en op karakter. Vermogen ontstaat uit weerstand, en wat de weerstand wegneemt voordat ze haar werk heeft gedaan, neemt het vermogen weg.
De ongemakkelijke consequentie is dat vooruitgang en vorming elkaar deels bijten. Bijna elke verbetering in comfort haalt ergens een oefening weg. Meestal is dat winst, soms niet, en het verschil zie je pas een generatie later. Ik weet niet hoe je dat vooraf beslist. Ik weet wel dat de partij die het comfort verkoopt, die vraag nooit zal stellen.
Waar ik zelf sta¶
Ik ben geen asceet en ik heb geen behoefte aan afzien om het afzien. Ik gebruik de gemakken die er zijn, deze tekst niet uitgezonderd.
Wat ik probeer is smaller: bij elke handeling die iets van me overneemt, af en toe de vraag stellen of ik het zelf nog kan. Niet uit principe, maar omdat het antwoord op een dag nee wordt zonder dat je het merkt, en dat is precies het moment waarop je het niet meer kunt kiezen.
Zie ook AI hoort een versterker te zijn, geen vervanging, Een vaardigheid verdwijnt in een generatie en Bijna alles wat ik bezit is ouder dan ik, en dat is een meting.
- Richard Tedeschi en Lawrence Calhoun, "Posttraumatic Growth: Conceptual Foundations", 1995het onderzoek naar groei na tegenslag, met de grenzen die de auteurs zelf noemen