familiewapen Mick Beermickbeer.com

manuscript ·

geverifieerdzekerPapier versus codebronnenverwant

Nederland heeft een wettelijke bekwaamheidseis en toetst hem niet

Nederland heeft precies een wettelijke definitie van bekwaamheid, en die staat verrassend dicht bij de mijne: boven de stof staan en haar kunnen aanpassen. Alleen kijkt het toezicht naar het dossier van de school, niet naar wat de leraar kan. We meten dus bevoegdheid, want papier is telbaar, en bekwaamheid niet.

Er is een wettelijke definitie, en die is beter dan ik verwachtte

Ik schreef eerder dat bekwaamheid iets is wat je niet in een cursus stopt, en dat het draait om de vraag of je met de stof kunt spelen. Zie Bekwaamheid blijkt uit wat je met de stof kunt maken en Sommige bekwaamheid zit niet in een cursus. Toen ontdekte ik dat Nederland daar een wet over heeft, en dat die dichter bij mijn omschrijving zit dan ik had verwacht.

Het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel staat in het Staatsblad van 2017 onder nummer 148 en geldt sinds augustus van dat jaar voor alle leraren in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Het vervangt de eisen uit 2006. Bekwaamheid valt er uiteen in drie delen.

Vakinhoudelijk. De leraar beheerst de stof, staat er boven, kan haar aanpassen aan de leerling en legt verbanden met de praktijk en met de wetenschap. Hij houdt zijn kennis actueel.

Vakdidactisch. Hij kan die inhoud leerbaar maken, volgt hoe de leerling zich ontwikkelt, toetst en stelt zijn onderwijs bij.

Pedagogisch. Hij bouwt een veilig leerklimaat, volgt de sociaal-emotionele ontwikkeling en stemt af met collega's en anderen om de leerling heen.

Wat me het meest opvalt aan die opsomming is wat er ontbreekt. Er staat geen enkel getal in. Geen studiepunten, geen jaren ervaring, geen puntentelling, geen verplichte cursusuren. Het zijn allemaal vermogens: beheersen, aanpassen, volgen, bijstellen, afstemmen. Wie dit opschreef heeft de makkelijke weg laten liggen.

Boven de stof staan is precies de derde trede

Blijf even hangen bij die eerste eis. Boven de leerstof staan en haar kunnen aanpassen aan de leerling.

Dat is woordelijk wat ik bedoelde met spelen. De stof kennen zoals ze in het boek staat is de trede eronder. Er zo boven staan dat je haar kunt kneden voor het kind dat vastloopt, dat is de trede die telt. De wetgever heeft dat in juridische taal gevangen, en scherper geformuleerd dan wat de meeste bedrijven in een functieprofiel zetten. De norm klopt.

Daar zit meteen het ongemakkelijke. Zolang een norm slecht is opgeschreven, kun je een tekort daaraan wijten. Hier kan dat niet. Wat er dan overblijft is de vraag of iemand ooit kijkt.

Het toezicht controleert het dossier van de school

Die vraag wordt beantwoord op de website van de rijksoverheid, in de toelichting op ditzelfde onderwerp.

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs van de school. Voldoet die kwaliteit niet, dan kijkt de inspectie ook naar de bekwaamheidsdossiers. En dan volgt de zin waar het om gaat: met de kwaliteit van de individuele leraar houdt de inspectie zich niet bezig.

Zet de twee stukken naast elkaar. Er is een wettelijke eis over wat een leraar moet kunnen. Het toezicht controleert of de school een dossier bijhoudt waarin staat dat hij het kan. Het papier wordt gecontroleerd. Het kunnen blijft op dat niveau ongetoetst.

Dat is niet per se onredelijk. De individuele leraar beoordelen is het werk van de school, en een inspectie die tienduizenden leraren zelf zou beoordelen is een heel andere organisatie dan de inspectie die we hebben. De redenering is verdedigbaar. Het gevolg blijft staan: de norm die zo goed is opgeschreven wordt nergens systematisch tegen de werkelijkheid gehouden, en van een norm die nergens tegen de werkelijkheid wordt gehouden weet niemand of hij wordt gehaald.

Kijk naar de keten. De wet stelt de eis aan de leraar. De school legt vast dat eraan is voldaan. De inspectie controleert die vastlegging bij de school. Elke schakel doet iets dat op zichzelf verdedigbaar is, en in het midden van de keten zit een gat waar de eigenlijke vraag doorheen valt. Dat is dezelfde vorm als in De bouwers en de beslissers weten vaak niet van elkaar: iedereen doet zijn deel, en het geheel meet iets anders dan wat er gevraagd werd.

Wat we dan wel meten

Omdat bekwaamheid niet wordt gemeten, meten we bevoegdheid. Dat zijn twee verschillende dingen. Bevoegdheid is een diploma, een toestand die je hebt of niet hebt, geldig tot je overlijdt. Bekwaamheid is een vermogen dat per klas en per les kan verschillen. Het eerste is telbaar met een database. Het tweede vraagt een oordeel van iemand die zelf voor een klas heeft gestaan.

De cijfers over bevoegdheid bestaan wel. Ze komen uit de jaarlijkse inventarisatie van het onderwijspersoneel. Ongeveer 88 procent van de lessen in het voortgezet onderwijs wordt gegeven door iemand met de juiste papieren. Ruim 8 procent door iemand die benoembaar is, en bijna 4 procent door iemand die onbevoegd is. Die laatste groep krimpt al jaren, al vlakt de daling af.

Op zichzelf is dat geen slecht beeld. Wel is het belangrijk om te zien wat het beeld aantoont en wat niet. Deze cijfers zijn gemeten en gepubliceerd, en ze tonen aan hoeveel lessen worden gegeven door iemand met het juiste papier. Ze tonen niets aan over de kwaliteit van die lessen. Een leraar die zijn vak dertig jaar geleden leerde en sindsdien niets heeft bijgehouden telt hier volledig mee als in orde, terwijl de wet in datzelfde besluit uitdrukkelijk vraagt dat hij zijn kennis actueel houdt. Het bewijsniveau van "88 procent bevoegd" is hard. De sprong van dat cijfer naar "88 procent goed onderwijs" is een aanname. Zie Label elke bevinding op bewijsniveau.

Waar het misgaat, en dat is voorspelbaar

Tot zover is het beeld rustig. Dan kijk je hoe het verdeeld is.

In de brugklas van scholen met de hoogste achterstandsscore wordt 23 procent van de lessen onbevoegd gegeven. Op het vmbo ligt het aandeel bevoegde lessen het laagst, op het vwo het hoogst.

Lees dat nog een keer. De leerlingen die het meeste baat hebben bij een leraar die boven de stof staat, hebben de grootste kans op iemand die de papieren niet heeft. Het gaat om ongeveer zes keer het landelijk gemiddelde, precies in het jaar waarin de richting van hun verdere schoolloopbaan wordt bepaald.

En bedenk dat dit de zwakke maat is. Onbevoegd is een papieren categorie. Wat je hier ziet is de scheefheid in het telbare deel. Of de scheefheid in het onmeetbare deel groter of kleiner is weet ik niet, en dat is precies het punt van deze notitie: die meting bestaat niet. Mijn vermoeden is dat ze dezelfde kant op wijst, omdat scholen die moeite hebben met het vullen van hun rooster ook minder te kiezen hebben in wie ze voor de klas zetten. Dat is een vermoeden, met de status die daarbij hoort.

Dit is hetzelfde patroon als in De sterkste bevindingen liggen achter DigiD en vitale publieke diensten. De norm staat er, hij is zelfs goed geformuleerd, en de afstand tussen norm en praktijk is het grootst waar de gevolgen het zwaarst zijn.

Hetzelfde gat zit in de wetgeving waar ik wel meet

Ik kwam dit patroon in het onderwijs tegen en herkende het meteen, omdat het de vorm heeft van wat ik dagelijks in privacywetgeving zie.

De AVG stelt eisen die over vermogen gaan. Artikel 5 legt de beginselen vast en voegt in het tweede lid de verantwoordingsplicht toe: de verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aantonen dat hij zich eraan houdt. Artikel 24 vraagt passende technische en organisatorische maatregelen, opnieuw met de plicht om de naleving aan te tonen. Artikel 25 vraagt gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen. Artikel 32 vraagt een beveiligingsniveau dat past bij het risico. Artikel 11.7a van de Telecommunicatiewet vraagt toestemming voordat je gegevens plaatst op of uitleest uit de randapparatuur van een bezoeker.

Al die eisen gaan over gedrag. Over wat een systeem doet op het moment dat er een echte bezoeker binnenkomt. Bijna alles wat een organisatie hierover kan overleggen gaat over papier: een verwerkingsregister, een DPIA, een verwerkersovereenkomst, een cookiebeleid, een screenshot van de bannerinstellingen. Dat papier is telbaar, opvraagbaar en in een middag in orde te maken. Het antwoord op de vraag of er trackers vuren voordat iemand op accepteren klikt staat er niet in. Zie Een DPIA die niemand kan inzien, is geruststelling, geen afweging en De cookiemuur toont minder partners dan de code telt.

Ik wil voorzichtig zijn met wat ik hier beweer. Ik heb niet gemeten hoe de Autoriteit Persoonsgegevens haar onderzoeken inricht, en ik ken de dossiers niet. De parallel met de onderwijsinspectie is een afgeleide redenering over de vorm van toezicht. Wat ik wel gemeten heb is de afstand tussen wat een organisatie over zichzelf opschrijft en wat haar site of app werkelijk doet. Die afstand is in mijn scans regelmatig groot.

De toets die in het onderwijs ontbreekt kan hier wel

Het aardige aan de digitale kant is dat de bekwaamheidstoets er gewoon uit te voeren is. Er hoeft geen oordeel over een mens te worden geveld. Je laat het systeem draaien en schrijft op wat het doet.

De procedure die ik gebruik is kort. Open de pagina in een verse browser zonder geschiedenis en zonder cookies. Klik nergens op, dus ook niet op weigeren. Leg al het netwerkverkeer vast in een HAR-bestand. Kijk daarna welke partijen er al zijn voordat de bezoeker iets heeft gekozen. Zie Netwerkverkeer lezen via HAR-files en Meet zoals een bezoeker, niet zoals een scanner.

import json
from urllib.parse import urlparse

har = json.load(open("scan-voor-toestemming.har"))
eigen_domein = "voorbeeld.nl"

derden = set()
for entry in har["log"]["entries"]:
    host = urlparse(entry["request"]["url"]).hostname or ""
    if host and not host.endswith(eigen_domein):
        derden.add(host)

for host in sorted(derden):
    print(host)

Veel meer is het niet. Elke host in die lijst is een partij die iets van de bezoeker heeft gezien voordat er toestemming was. Of dat een overtreding van artikel 11.7a oplevert hangt ervan af wat er precies wordt geplaatst of uitgelezen, en of dat strikt noodzakelijk is voor de dienst die de bezoeker vroeg. Die weging blijft juridisch werk. De lijst zelf is een feit, en die kun je naast het cookiebeleid leggen. Waar de twee elkaar tegenspreken heb je iets in handen.

In het onderwijs zou de vergelijkbare toets betekenen dat je iemand een les laat geven en kijkt of hij de stof kan kneden voor het kind dat vastloopt. Dat kost een dagdeel per leraar en een beoordelaar die het zelf kan. Bij een website kost het een paar minuten en een script van vijftien regels. Dat verschil in kosten verklaart vermoedelijk een groot deel van het verschil in toezicht. Het verandert niets aan de conclusie dat de norm in beide gevallen over kunnen gaat en de controle over papier.

Waarom dit hier staat

Deze notitie bevestigt mijn eigen these met materiaal dat ik zelf niet heb bedacht. Dat maakt haar sterker dan de these alleen. Ik had een idee over bekwaamheid en spelen met de stof, en toen bleek een besluit uit 2017 ongeveer hetzelfde te zeggen, opgeschreven door mensen die mijn notities nooit hebben gezien. Zo'n onafhankelijke bevestiging is meer waard dan tien argumenten van mezelf.

Het patroon eronder is algemener dan onderwijs of privacy. Wat meetbaar is wordt gemeten en gestuurd: diploma's, dossiers, percentages, registers, vinkjes. Wat lastig meetbaar is wordt opgeschreven als eis en verder aan de praktijk gelaten. De aandacht schuift daarna vanzelf naar het meetbare deel, omdat dat het deel is waarop iemand kan worden afgerekend. Zie Op IT-afdelingen beslist wie het vak nooit beoefende. En zodra het ergens knelt, knelt het als eerste op de plek waar niemand kijkt: de brugklas met de hoogste achterstandsscore, de gebruiker die de dienst niet kan vermijden.

Ik haal er voor mezelf één werkregel uit. Kom ik een norm tegen die goed is opgeschreven, dan vraag ik als eerste wie hem toetst, waartegen en hoe vaak. De kwaliteit van de tekst zegt weinig over de kwaliteit van de praktijk. In dat gat tussen de eis en de controle ligt bijna altijd een meting die nog niemand heeft gedaan, en dat is het soort werk waar ik goed in ben. Zie Mijn werkwijze: van vermoeden naar bevinding.

Zie ook Bekwaamheid blijkt uit wat je met de stof kunt maken, Sommige bekwaamheid zit niet in een cursus en De sterkste bevindingen liggen achter DigiD en vitale publieke diensten.

bronnen
  1. AVG, artikel 32passende technische en organisatorische maatregelen, zonder toets op vakbekwaamheid
citeer alsBeer, M. (2026, 24 juli). Nederland heeft een wettelijke bekwaamheidseis en toetst hem niet. mickbeer.com. https://mickbeer.com/#nederland-heeft-een-wettelijke-bekwaamheidseis-en-toetst-hem-niet

lees dit stuk in het manuscript, met alles waar het aan hangt