elk gedrag de politiek beloont, is wel te meten
Ik geloof niet dat elke politicus in zijn hart voor honderd procent achter zijn scherpste uitspraken staat, en ik geloof net zomin in de zuivere liefde die andere partijen uitstralen. Maar de vraag of ze het menen is onbeantwoordbaar. De vruchtbare vraag is welk gedrag hier beloond wordt, en het antwoord is: herkenbaar en consequent zijn, niet accuraat zijn.
Wat me niet overtuigt¶
Ik geloof niet dat iedere politicus in zijn hart voor honderd procent achter zijn scherpste uitspraken staat. Ik geloof net zo min in de onvoorwaardelijke liefde voor boeren die de ene partij uitstraalt, of in de bijzondere zachtaardigheid die een andere partij zichzelf toeschrijft.
Het voelt als een vertoning. En toch werkt het, keer op keer, bij grote groepen mensen.
De vraag die ik niet kan beantwoorden¶
Meteen de eerlijkheid erbij: of iemand meent wat hij zegt, kan ik niet weten.
Ik heb geen toegang tot iemands hoofd, en de aanname dat een tegenstander wel moet acteren is de makkelijkste denkfout die er is. Mensen kunnen oprecht en fel zijn tegelijk. Sterker nog, dat is waarschijnlijker dan een land vol acteurs.
Dus die vraag laat ik liggen, niet uit hoffelijkheid maar omdat er geen meting bij hoort. Ik doe dat in mijn onderzoek ook: motieven zijn niet vast te stellen, gedrag wel.
De vraag die wel iets oplevert¶
Draai hem om. Niet: menen ze het? Maar: welk gedrag wordt hier beloond?
Een kiezer kan onmogelijk beoordelen of een voorstel werkt. Daarvoor moet je begrotingen lezen, uitvoeringstoetsen doorgronden en effecten inschatten die pas over jaren blijken. Vrijwel niemand heeft daar de tijd of de kennis voor, en dat is geen verwijt.
Wat een kiezer wel kan beoordelen: is deze persoon herkenbaar, zegt hij consequent hetzelfde, en staat hij aan mijn kant. Dat is in tien seconden vast te stellen en het vergt geen enkele inhoudelijke kennis.
Dus daarop wordt geselecteerd. Wie twijfelt, nuanceert of van standpunt verandert omdat de cijfers dat afdwingen, oogt zwak en verliest. Wie een scherpe, gelijkblijvende positie inneemt, wint. Het systeem beloont consistentie boven accuratesse, en dat is precies de omgekeerde prikkel van die in mijn vak.
Waarom dit precies mijn thema is¶
Dit is dezelfde wet die overal in dit manuscript terugkomt, nu op het stembiljet.
Wat te beoordelen valt op het moment van kiezen, wint van wat pas later blijkt. Bij producten is dat de prijs tegenover de levensduur. Bij sollicitanten de presentatie tegenover het vermogen. Bij leraren de bevoegdheid tegenover de bekwaamheid. En bij politiek de herkenbaarheid tegenover de vraag of het beleid werkt.
Steeds hetzelfde: het aflezen van het signaal is gratis, het beoordelen van de inhoud is duur, en dus wint het signaal.
Wat ik ermee wil¶
Geen oproep om anders te stemmen, want ik heb geen betere kiezer te bieden dan ik zelf ben.
Wel dit: de vertoning is niet het probleem, ze is het symptoom. Zolang er geen manier is om achteraf te zien of iets heeft gewerkt, is er ook geen prikkel om iets te beloven wat werkt. Precies daarom werkt het.
En dat is een van de weinige plekken waar mijn eigen werk raakt aan iets groters dan privacy. Elke keer dat iemand een maatregel doorrekent en publiceert wat ze heeft opgeleverd, wordt de inhoud een klein beetje goedkoper om te beoordelen. Dat is de enige weg die ik zie, en hij is traag.
Waar we naar zouden moeten kijken¶
Concreter dan dat: we kijken te veel naar wat politieke leiders uitstralen, zeggen en tegenwoordig posten, en te weinig naar wat ze hebben veranderd.
Van vrijwel elke bewindspersoon is na te gaan wat er onder zijn of haar verantwoordelijkheid daadwerkelijk is gebeurd. Zijn de wachtlijsten korter geworden of langer. Is de belofte uit het vorige programma uitgevoerd of stilletjes geschrapt. Wat heeft een aangenomen wet in de praktijk opgeleverd, gemeten en niet beloofd. Dat zijn saaie vragen met opzoekbare antwoorden, en ze verdwijnen volledig onder de dagelijkse stroom uitspraken en beelden.
Ik zeg niet dat het makkelijk is. Beleid heeft lange aanlooptijden, effecten zijn moeilijk aan één persoon toe te schrijven, en een eerlijke meting moet corrigeren voor wat er toch al gebeurde. Precies dezelfde problemen als bij de kentekencamera. Maar moeilijk te meten is iets anders dan niet de moeite waard om te proberen.
Dit is dan ook geen neutrale observatie meer maar een wens. Ik zou willen dat de aandacht verschoof van de vertoning naar het spoor dat iemand achterlaat. Zolang die verschuiving uitblijft, blijft herkenbaarheid winnen van resultaat, en blijft de poppenkast het rationele antwoord op de vraag hoe je gekozen wordt.
Zie ook ANPR-kentekencamera’s: de inbreuk is te meten, het nut niet, Sinds mijn naam in de krant staat, luisteren mensen die mijn werk nooit lazen en Nederland heeft een wettelijke bekwaamheidseis en toetst hem niet.
- Handelingen en stemmingsuitslagen van de Tweede Kamerhet openbare spoor waarin gedrag en uitkomst naast elkaar te leggen zijn