NPR-kentekencamera’s: de inbreuk is te meten, het nut niet
Ik heb geholpen uit te rekenen hoe vaak je langs een kentekencamera komt, en dat is tot op de rit nauwkeurig te bepalen. Het nut aan de andere kant van de weegschaal is dat niet: de evaluatie van de wet stelt zelf dat effectiviteit niet op de gebruikelijke manier te meten valt. Zo weegt een afweging waarvan maar een kant een getal heeft.
Wat ik heb gedaan¶
Ik heb meegewerkt aan het in kaart brengen van de kentekencamera's in Nederland, en aan het doorrekenen en simuleren van wat dat voor een gewone automobilist betekent. Niet hoeveel camera's er staan, maar de vraag daarachter: hoe vaak kom jij, op een doodgewone dag, langs een camera die je kenteken vastlegt.
Dat is uit te rekenen. Je hebt de posities, je hebt het wegennet, je hebt de ritten. Er komt een getal uit, en dat getal is verrassend hoog.
Terwijl ik daaraan werkte, drong iets anders zich op dat me sindsdien meer bezighoudt dan de uitkomst.
De vraag die bleef hangen¶
Waarom doen we dit eigenlijk?
Niet retorisch bedoeld. Wat is de maatschappelijke waarde, wie heeft hierom gevraagd, en lost het op wat het zou oplossen? Is er minder criminaliteit? Worden er meer auto's teruggevonden? Is er iets dat aantoonbaar beter is geworden en dat zonder dit systeem niet beter was geworden?
Ik ging ervan uit dat die vraag beantwoord was voordat er duizend camera's stonden. Dat bleek niet zo te zijn, en niet omdat niemand het heeft onderzocht.
Wat de cijfers zeggen¶
Begin 2021 had de politie 999 vaste kentekencamera's, waarvan 919 aangewezen onder artikel 126jj van het Wetboek van Strafvordering. De Marechaussee had er 115, allemaal aangewezen. Daarnaast beheert Rijkswaterstaat nog eens duizenden camera's voor het verkeer zelf, met een ander doel.
Wat die aanwijzing betekent: van elk voertuig dat passeert wordt het kenteken vastgelegd en 28 dagen bewaard. Van iedereen. Niet van verdachten, van iedereen. De gegevens worden gebruikt bij zware zaken, zoals moord, doodslag en drugscriminaliteit.
Bij de invoering was de aanname dat dit de opsporing effectiever en efficienter zou maken. Dat is de rechtvaardiging waarop een inbreuk op de privacy van elke automobilist is gebaseerd.
En dan de evaluatie¶
De wet is geevalueerd, netjes, door het onderzoeksinstituut van het ministerie. En daar staat de zin die alles verandert.
Een klassieke effectiviteitsmeting is niet uitvoerbaar.
De redenering daarachter is niet gek. De waarde van zulke gegevens zit vaak in het uitsluiten van verdachten, of in een spoor dat pas later ergens toe leidt. Dat is echte opsporingswaarde die niet in een simpel voor-en-na-cijfer te vangen is. Ik wil dat niet wegzetten als uitvlucht, want het is een reeel methodologisch probleem.
Maar het gevolg blijft staan. We hebben een maatregel die wordt gerechtvaardigd met een belofte over effectiviteit, en de effectiviteit is niet toetsbaar gemaakt. Wat ontbreekt is niet het antwoord, het is de mogelijkheid om de vraag te stellen.
Waarom de weegschaal scheef staat¶
Hier komt het samen, en dit is waarom deze notitie belangrijker is dan de camera's zelf.
Een privacyafweging heet een afweging omdat er twee kanten zijn. Wat kost het de burger, en wat levert het de samenleving op. Dat veronderstelt dat je beide kanten kunt wegen.
De kostenkant is exact te berekenen. Ik heb het gedaan: hoeveel keer per dag je wordt vastgelegd, waar, en hoe lang dat blijft staan. Daar komt een getal uit dat je in een grafiek kunt zetten.
De batenkant heeft geen getal en zal er volgens de evaluatie ook geen krijgen.
Dan is de afweging geen afweging meer, maar een vergelijking tussen een cijfer en een overtuiging. En omdat een overtuiging niet kan dalen als hij tegenvalt, kan de uitkomst maar een kant op. Elke nieuwe camera is te rechtvaardigen met dezelfde onbewijsbare belofte, en er is geen meetpunt waarop iemand kan zeggen: dit heeft niet gebracht wat we hoopten, we stoppen ermee.
Wat ik hiervan vind¶
Ik ben niet tegen kentekencamera's, en ik denk oprecht dat er zware zaken zijn opgelost die anders waren blijven liggen.
Mijn bezwaar is dat we een systeem dat iedereen registreert hebben ingevoerd zonder onszelf te verplichten om achteraf te controleren of het werkt. Dat is dezelfde fout als overal in dit manuscript: het bouwen werd beloond, het narekenen niet.
En het is precies waarom ik meet. Zolang alleen de inbreuk een getal heeft, is dat getal het enige wat het gesprek kan verplaatsen.
Zie ook Twintig jaar lang won werkende software van veilige software, het gat tussen wet en controle is enorm en Een DPIA die niemand kan inzien, is geruststelling, geen afweging.
- Privacy First, hoger beroep tegen ANPR-massasurveillancede lopende rechtszaak tegen de bewaarplicht
- Artikel 126jj Wetboek van Strafvorderingde grondslag om kentekens van alle passanten 28 dagen te bewaren
- WODC-evaluatie van de ANPR-wetgevingde vaststelling dat een klassieke effectiviteitsmeting niet uitvoerbaar is
- Eigen onderzoeksdossier: anpr pleidooi, 2026-07-09camera-tellingen per route en 5km-straal, politie-cameraplan, rapport voor zitting