familiewapen Mick Beermickbeer.com

manuscript · Bekwaamheidsfouten in code, bestuur en politiek

gedachteBekwaamheidsfouten in code, bestuur en politiekbronnenverwant

Bankzaken, zorg en identiteit lopen inmiddels volledig digitaal

Lang was de vraag waar het digitale in ons leven paste, als een laag erbovenop. Die vraag is achterhaald. Ons leven is digitaal geworden: je bankzaken, je zorg, je identiteit, je contacten, je werk lopen er allemaal doorheen, en eruit stappen kan niet meer. Dat verandert de inzet van mijn werk, want een fout in de infrastructuur is geen ongemak maar een fout in de bodem waarop je staat.

De vraag die niet meer klopt

Decennialang is digitalisering behandeld als een laag die over het gewone leven werd gelegd. De vraag was waar het digitale paste. Welke taken kon je online afhandelen, welke dienst kreeg er een app bij, hoeveel van je dag bracht je voor een scherm door. In die vraag zat een aanname verstopt. Er was een echt leven, en daarnaast een digitaal deel dat je erbij koos.

Die aanname is achterhaald. Ons leven is digitaal geworden. De vraag luidt inmiddels anders: onder welke voorwaarden mag de infrastructuur draaien waar je bestaan doorheen loopt.

Ik denk dat de meeste mensen de verschuiving niet bewust hebben meegemaakt. Er is geen dag aan te wijzen waarop het kantelde. De vergelijking die zich hier opdringt is de kikker in de pan die langzaam wordt opgewarmd, en die vergelijking klopt niet: een echte kikker springt eruit zodra het te heet wordt (Het beeld van de kokende kikker is weerlegd). Juist daarom is ze bruikbaar als tegenbeeld. Mensen zijn blijven zitten omdat de rand van de pan verdween. Het alternatief werd afgebouwd terwijl de temperatuur opliep.

Wat er precies verschoven is

Dit is een woordspel zolang het abstract blijft, dus even concreet.

Je geld bestaat als een regel in een database. Contant is de uitzondering geworden, en op steeds meer plekken de onmogelijkheid. Je identiteit tegenover de overheid loopt via een inlogmiddel dat je nodig hebt om iets aan te vragen, aan te geven of te bezwaren (Achter de overheidslogin is helemaal geen toestemmingsvraag). Je medisch dossier, je afspraken en je verwijzingen zijn digitaal, tot en met de portalen waarin je je eigen uitslagen leest (Advertentie-infrastructuur in een zorgjas is een bouwkeuze). Je contact met bijna iedereen die je kent loopt via een handvol apps. Je werk, je belastingaangifte, je verzekering, je huurcontract, je energierekening: allemaal.

Er is nog een laag onder die opsomming. De apparaten en de software waarmee je dit alles doet, zijn steeds minder je eigendom en steeds vaker een abonnement met opzegbare voorwaarden (Je bezit steeds minder en huurt steeds meer). De bodem waarop je staat is dus niet alleen digitaal, hij is ook gehuurd.

Probeer eens een week volledig buiten het digitale te leven. Als praktische proef, los van principes. Het lukt niet, en dat komt doordat de wereld eromheen is opgehouden een niet-digitaal alternatief aan te bieden. Het loket is dicht. De balie is een website geworden. De telefonische optie leidt naar een keuzemenu dat je terugverwijst naar de app.

Eruit stappen is opgehouden te bestaan als optie. Dat is de kern van de verschuiving, en het is een feitelijke constatering over de beschikbaarheid van alternatieven.

Wat er verandert als de laag de bodem wordt

Zolang digitaal een laag erbovenop was, was een fout erin een ongemak. Een app die niet werkte, een dienst die je liet vallen: vervelend, en je viel terug op de gewone wereld eronder. Die terugval was de stille garantie waar de hele lichte beoordeling van software op rustte.

Die bodem is er niet meer. Als het digitale de infrastructuur zelf is, dan is een fout erin een barst in de grond waarop je staat. Dat verandert de betekenis van elk faaltype dat ik in mijn werk tegenkom.

Een lek raakt dan de plek waar je geld, je identiteit en je zorg samenkomen. De vraag verschuift van wat een bedrijf over je weet naar wat er met je gebeurt als de sleutelbos van je leven op straat ligt. Een systeem dat je buitensluit, sluit je uit van de manier waarop de samenleving is ingericht om zaken met je te doen. En een tracker die je volgt, volgt je over alles wat je doet, want alles wat je doet loopt door dezelfde infrastructuur. Het gewicht zit in de optelsom van die stromen, veel meer dan in één losse partij (Het risico zit in de optelsom, niet in het losse veld).

Daarom gaat mijn werk over meer dan cookies. De cookie is klein, en ik zeg dat zonder ironie. Wat eronder ligt is dat de weging tussen gemak en gevolg is opgeschoven. Ze gaat inmiddels over de voorwaarden waaronder je aan het leven kunt deelnemen.

De toets die ik zelf gebruik

Ik heb voor mezelf een werkregel nodig om te bepalen wanneer de zware maatstaf geldt. Wat volgt is een afgeleide regel, geen meting. Ik pas hem toe voordat ik besluit hoe hard ik over een bevinding schrijf.

Vier vragen, in deze volgorde:

  • Alternatief. Bestaat er een werkend niet-digitaal pad dat een gewone burger binnen een dag kan bewandelen, zonder extra kosten en zonder in een wachtrij te belanden die feitelijk een afwijzing is?
  • Weigerbaarheid. Kun je de dienst weigeren zonder een recht, een plicht of een voorziening te verliezen? Als weigeren je toegang kost, is de toestemming die je gaf een formaliteit (Cookies weigeren scheelt echt, maar reken er niet blind op).
  • Overstap. Is er een tweede aanbieder die hetzelfde doet, en kun je daarheen zonder je geschiedenis, je contacten of je dossier kwijt te raken?
  • Uitval. Wat gebeurt er met je als de dienst een dag plat ligt, en wie draagt die schade?

Scoort iets nee, nee, nee en serieuze schade, dan heb je met infrastructuur te maken, ongeacht of het bedrijf erachter zichzelf zo ziet. De lichte maatstaf die we voor consumentensoftware hanteren, hoort daar dan te vervallen.

De uitkomsten zijn niet altijd comfortabel. Een overheidsinlog scoort op alle vier als infrastructuur, en dat is de kern van mijn bezwaar tegen wat er commercieel omheen gebeurt (Wie de staatsinlog levert, is zelf een privacyvraag). Een fotobewerkingsapp scoort op geen enkele vraag zo, en die mag van mij zijn eigen voorwaarden stellen. Het lastige zit ertussenin. Een berichtenapp die door bijna iedereen om je heen wordt gebruikt, is formeel vrijwillig en functioneel verplicht. Die spanning los ik met deze toets niet op. Ik maak hem wel zichtbaar, en dat is winst ten opzichte van doen alsof de keuze vrij is.

Wie de bodem begrijpt en wie erover beslist

Er is een tweede helft die dit van een ongemak tot een echt risico maakt, en die gaat over wie de infrastructuur begrijpt.

Dat glazen plaatje is ons hele leven geworden, en tegelijk zijn er weinig mensen die werkelijk bekwaam zijn in wat erin gebeurt. Op zichzelf is dat geen ramp. Een vliegtuig begrijp ik ook niet, en ik stap toch in. Het wordt een ramp door wie er beslist.

De plek waar over dit alles wordt geoordeeld, wordt zelden bemand door de weinigen die het kunnen. Ze wordt bemand door de figuren die ik elders beschrijf: mensen die vinkjes zetten, die het vak nooit hebben beoefend, die overtuigend klinken op een terrein dat het hunne niet is (Op IT-afdelingen beslist wie het vak nooit beoefende). Vroeger zouden sommigen van hen een prima groenteboer zijn geweest. Een groenteboer is bekwaam, en ik bedoel dat letterlijk. Het probleem is de mismatch: bekwaamheid in het ene vak, ingezet om het andere te besturen.

Nederland heeft hier zelfs een wettelijke haak voor liggen, en gebruikt hem nauwelijks (Nederland heeft een wettelijke bekwaamheidseis en toetst hem niet). Ondertussen praten de mensen die bouwen en de mensen die beslissen langs elkaar heen, vaak zonder te merken dat ze een ander onderwerp bespreken (De bouwers en de beslissers weten vaak niet van elkaar).

Leg die twee lijnen naast elkaar en de inzet wordt duidelijk. De infrastructuur is de bodem onder ieders bestaan geworden. De mensen die haar echt snappen, zitten aan de bouwkant en zelden aan de knoppen. En de mensen aan de knoppen kunnen het verschil tussen een goed en een slecht antwoord niet horen, dus ze kiezen het antwoord dat het zelfverzekerdst wordt gebracht. Hier raken de onbekwaamheidscrisis en de verdigitalisering elkaar, en samen zijn ze gevaarlijker dan apart. Wie bouwt, bepaalt uiteindelijk wat er staat (De maker en de aandeelhouder willen niet hetzelfde).

Wat ik ermee doe

Als het digitale de infrastructuur van het leven is, hoort het beoordeeld te worden zoals we andere basisinfrastructuur beoordelen. We accepteren geen periodiek vervuild drinkwater omdat volledig zuiver produceren onhandig is. We accepteren geen brug die soms instort omdat testen duur is. Bij die dingen ligt de bewijslast bij de bouwer, is falen aansprakelijk en wordt er standaard gemeten.

Bij digitale infrastructuur accepteren we het nog wel, omdat we haar in ons hoofd blijven behandelen als de handige laag erbovenop. Ons denken loopt achter op wat de techniek geworden is.

Mijn werk is een klein duwtje tegen die achterstand in. Concreet betekent dat drie dingen. Ik meet wat de infrastructuur werkelijk doet in plaats van wat erover verklaard wordt, en dat doe ik door het verkeer op te nemen zoals een gewone bezoeker het veroorzaakt (Netwerkverkeer lezen via HAR-files, Meet zoals een bezoeker, niet zoals een scanner). Ik label elke bevinding op bewijsniveau, zodat een vermoeden nooit als meting kan gaan rondlopen (Label elke bevinding op bewijsniveau). En ik hanteer voor een overheidsdienst dezelfde meetlat als voor een commerciële app, omdat de burger het verschil in gevolgen toch niet merkt (Dezelfde meetlat voor de overheid en de app in je broekzak).

Meten alleen is te weinig. Een bevinding publiceren verandert hooguit één dienst, en de bodem ligt er daarna nog net zo bij. Daarom bouw ik ook. Een app kan volledig lokaal werken zonder ook maar iets naar buiten te sturen, en dat is te demonstreren (Een app kan volledig lokaal, zonder een enkele netwerkcall). Zolang zo'n alternatief bestaat, vervalt het verweer dat het niet anders kan (Apple, Google en Meta verdienen aan tracking binnen de wet).

Ik heb geen illusie over de schaal hiervan. Eén onderzoeker met een laptop verlegt de bodem niet. Wat ik wel kan, is het bewijs zo leggen dat iemand met meer bevoegdheid het kan oppakken, en de maatstaf zo formuleren dat hij navolgbaar is voor wie hem overneemt. De maatstaf hoort te passen bij wat de infrastructuur geworden is.

Zie ook We accepteren het gemak en negeren de code eronder, Twintig jaar lang won werkende software van veilige software en De sterkste bevindingen liggen achter DigiD en vitale publieke diensten.

bronnen
  1. Wet digitale overheid, in werking getreden 1 juli 2023de wettelijke verankering van digitale toegang tot publieke dienstverlening
citeer alsBeer, M. (2026, 24 juli). Bankzaken, zorg en identiteit lopen inmiddels volledig digitaal. mickbeer.com. https://mickbeer.com/#bankzaken-zorg-en-identiteit-lopen-inmiddels-volledig-digitaal

lees dit stuk in het manuscript, met alles waar het aan hangt