e grote bek betaalt beter dan de bekwame hand
Wie het hardst roept, verdient in Nederland doorgaans het meest. Niet omdat hij meer levert, maar omdat in zijn vak het resultaat pas veel later zichtbaar is, of nooit. In een keuken, een atelier, een collegezaal of op een veld kan dat niet: daar is de output direct zichtbaar en meteen te beoordelen. Precies in de functies met de meeste macht ontbreekt die directe toets.
De observatie¶
Wie het hardst roept, verdient meestal het meest. Niet omdat hij meer heeft geleverd, en niet omdat hij bekwamer is. Ik heb het tegendeel nog moeten zien.
Denk aan het type dat zijn ideeën naar de werkelijkheid schreeuwt in plaats van er zelf de handen aan vuil te maken. Dat type zit in directies, in de politiek, en in het middenkader van vrijwel elke organisatie waar ik binnen heb gekeken. En het wordt beloond.
Dat het bestaat verbaast me niet. Dat we het normaal zijn gaan vinden wel.
Waarom dit vroeger anders lag¶
Tot ver in de geschiedenis waren leiders mensen die het werk zelf hadden gedaan, of op zijn minst ooit hadden gedaan. Daar kwam het gezag vandaan. Je volgde iemand omdat hij had bewezen dat hij het kon, niet omdat hij overtuigend kon vertellen dat hij het kon.
Dat is grotendeels losgelaten. Wat overblijft is een vorm van leiderschap die uitsluitend uit vertellen bestaat. En de standaardreactie daarop is "ja, zo werkt zakendoen nu eenmaal". Daar ben ik het niet mee eens, en ik denk dat die berusting zelf een deel van het probleem is.
De toets die ontbreekt¶
Het scherpst wordt het als je vakken naast elkaar legt waar het resultaat wél direct zichtbaar is.
Een chef-kok. Die moet kunnen koken. Jaren ervaring, onder een andere chef gestaan, kunnen communiceren, uithoudingsvermogen, creativiteit, weerbaarheid, fysiek in orde, en overzicht houden terwijl het misgaat. Je kunt je daar niet naartoe praten. Een slechte week levert slechte recensies op en dan is het klaar met je zaak.
Een kunstenaar. Het werk hangt aan de muur. Er is geen tussenlaag die uitlegt waarom het eigenlijk goed is.
Een student. Je wordt doorgelaten of niet, op je output.
Een sporter. Je zit boven of onder de verwachting, elke week opnieuw, in cijfers.
In al deze gevallen is er een korte lus tussen wat je doet en wat het oplevert. Die lus is de toets.
Bij managers, directies, bestuurders en politici is die lus lang tot oneindig. Het resultaat komt later, en als het er niet is, komt het nog later. Elk heden mag doorgaan voor een tussenstand. Daardoor kan iemand jarenlang rondlopen, leunen op de mensen onder hem, en toch stijgen.
Wat dat kost¶
Ik denk dat dit een van de motoren is onder de bredere daling van kwaliteit die ik overal tegenkom. De druk, de drive en de passie die je in een keuken automatisch krijgt, ontbreken in de functies die het meeste bepalen. En wat niet getoetst wordt, verwatert.
Dit hangt samen met de wettelijke bekwaamheidseis die Nederland wel kent maar niet toetst, en met het patroon dat twintig jaar lang werkende software won van veilige software. Zie Nederland heeft een wettelijke bekwaamheidseis en toetst hem niet en Twintig jaar lang won werkende software van veilige software.
De vraag die overblijft¶
Waarom accepteren we dit, sinds wanneer, en wat zou een korte lus zijn voor functies waar de uitkomst pas jaren later zichtbaar is? Dat is geen retorische vraag. Ik heb er nog geen bevredigend antwoord op, en ik denk dat het antwoord er wel moet komen.