odern voetbal is meetbaar beter geworden en minder verrassend
Ronaldinho hield de bal hoog, bedacht trucs die niemand had gezien en kreeg in 2005 een staande ovatie van het publiek van de aartsrivaal. Modern voetbal is op elke meetbare as beter geworden en voelt tegelijk alsof er wordt nagedaan in plaats van beleefd. Dat is geen toeval: wat te meten valt wordt getraind, en verrassing valt niet te meten.
Iemand die letterlijk speelde¶
Als ik het criterium van spelen wil uitleggen aan iemand die niets van mijn vak weet, gebruik ik Ronaldinho.
Hij hield de bal hoog op een manier die geen doel diende. Hij bedacht bewegingen die er niet waren, en die daarna door duizenden kinderen op pleintjes werden nagedaan. Hij deed dingen die statistisch nergens op sloegen en die toch werkten, omdat niemand ze aan zag komen.
Het moment dat het samenvat is 2005 in het Bernabeu. Hij speelde daar tegen Real Madrid, hij was van Barcelona, en het publiek van de aartsrivaal stond op om voor hem te applaudisseren. Dat gebeurt niet voor efficiëntie. Dat gebeurt als iemand iets doet waarvan je niet wist dat het kon.
Dat is trede drie in mijn ladder, in een vorm die iedereen herkent. Hij consumeerde het spel niet en hij becommentarieerde het niet. Hij maakte er iets bij.
Wat er nu anders voelt¶
Kijk naar het spel van vandaag en er is iets weg. Niet het niveau, daar kom ik zo op. Wat weg is, is het gevoel dat je naar iemand kijkt die aan het beleven is in plaats van aan het uitvoeren.
Er wordt sneller gelopen, nauwkeuriger gepasst en beter georganiseerd verdedigd dan ooit. En toch heb ik vaak het idee dat ik naar een uitvoering kijk van iets wat elders is bedacht. Alsof het naspelen is geworden.
Waarom er toch iets overblijft¶
Wat die twee tegenwerpingen niet wegnemen, is het mechanisme. En dat is hetzelfde mechanisme als overal in deze tak.
Het spel is doorgemeten. Er wordt gestuurd op verwachte doelpunten, op balverlies, op pass-succespercentage, op afgelegde meters. Dat zijn goede maatstaven en ze hebben het niveau echt verhoogd.
Maar een actie die vaak mislukt en soms iets oplevert wat niemand zag aankomen, scoort slecht op elke van die maatstaven. De dribbel met risico op balverlies is statistisch inefficiënt, ook als hij één keer per wedstrijd iets doet wat geen enkele veilige pass kan. Wie op die cijfers wordt beoordeeld, leert die actie af.
En dan de tweede laag, die zwaarder weegt: waar zulke spelers vandaan kwamen. Straatvoetbal en pleintjes waren plekken zonder trainer, zonder systeem en zonder statistiek, waar je uren met de bal rommelde omdat het leuk was. Dat is de omgeving waarin je met iets leert spelen. Kinderen worden nu vroeg in georganiseerde structuren gezet waarin ze correct leren uitvoeren.
Dat is exact hetzelfde patroon als bij het ambacht en bij koken. De omgeving die de vaardigheid voortbracht is verdwenen, niet de aanleg.
Waarom dit precies mijn punt is¶
Voetbal is hier alleen het duidelijkste voorbeeld, want het speelt zich voor publiek af en iedereen kan het zien.
Wat te meten valt wordt getraind, beloond en dus overvloedig aanwezig. Wat niet te meten valt, verdwijnt zonder dat iemand het besluit. Verrassing valt niet te meten. Schoonheid ook niet. Een deur die dichtvalt als een kluis niet, en een ingenieur die terugloopt naar de tekentafel omdat het net niet goed voelt evenmin.
Het resultaat is overal hetzelfde: technisch beter, en tegelijk armer aan het ding waar je van gaat houden.
Zie ook Bekwaamheid blijkt uit wat je met de stof kunt maken, Twee knoppen met dezelfde functie verschillen in kwaliteit en Een vaardigheid verdwijnt in een generatie.
- Opta en vergelijkbare wedstrijddata, seizoensvergelijkingende meetbare verbetering in nauwkeurigheid naast de afname van onvoorspelbaarheid