familiewapen Mick Beermickbeer.com

manuscript · Literatuur en verhalen

gedachteLiteratuur en verhalenbronnenverwant

Alice in Wonderland oogt als kinderboek tot je het voorwoord en de duiding erbij leest

Op het eerste gezicht is het een simpel kinderboek: een meisje valt in een hol en komt in een wereld waar niets klopt. Dat beeld houdt stand tot je twee dingen erbij legt. Het voorwoord over Charles Dodgson zelf, en de manier waarop iemand als Jordan Peterson dit soort verhalen naast bijbelse leest, bijvoorbeeld naast de verloren zoon. Daarna lees je hetzelfde boek anders.

Hoe het begint

Je pakt het op als kinderboek. Een meisje verveelt zich, ziet een konijn met een horloge, valt in een hol en belandt in een wereld waar de regels per bladzijde veranderen. Er wordt gegeten en gedronken waar je van groeit en krimpt. Er is een thee-uur dat nooit ophoudt. Er is een koningin die iedereen wil onthoofden. Als verhaal voor kinderen werkt het, en zo is het ook honderdvijftig jaar lang verkocht.

Ik las het lang precies zo. Een aaneenschakeling van vrolijke onzin, leuk voor onderweg, verder niets. Dat beeld hield stand tot ik twee dingen erbij kreeg. Het voorwoord over de schrijver, en de manier waarop iemand als Jordan Peterson dit soort verhalen naast bijbelse verhalen legt. Daarna las ik hetzelfde boek anders. Ik wil hier laten zien welke twee dingen dat waren, en waarom ze de tekst voor mij hebben omgedraaid.

Wat het voorwoord verandert

Dan lees je wie het schreef. Charles Dodgson, wiskundige in Oxford, publicerend onder de naam Lewis Carroll. Iemand die zijn dagen doorbracht met logica en die dit verhaal aanvankelijk vertelde tijdens een boottocht, voor het kind van een collega. Het was eerst een mondeling verzinsel, later pas een boek.

Dat gegeven kleurt de tekst. De onzin in dit boek volgt namelijk regels. Het zijn logische regels die net iets anders staan afgesteld, en die dan consequent worden doorgevoerd. Een wereld waarin je krimpt van het ene hapje en groeit van het andere is niet chaotisch. Hij is streng. Er zit een systeem in dat klopt met zichzelf, alleen niet met de wereld waar je vandaan komt.

Op het moment dat je weet dat een wiskundige aan de knoppen zat, ga je die strengheid herkennen. En dan kun je het niet meer terugzien als losse nonsens.

Ik heb dat zelf gemerkt bij de tweede keer lezen. De eerste keer gleden de rare passages langs me heen als grappige beelden. De tweede keer, met het voorwoord vers in mijn hoofd, bleef ik bij dezelfde passages hangen omdat ik er een structuur onder zag. Datzelfde stukje tekst deed twee verschillende dingen, afhankelijk van wat ik erover wist. De woorden op de bladzijde waren niet veranderd. Wat veranderd was, was de bril waarmee ik keek.

De onzin is afgesteld

Twee plekken uit het boek maken dat voor mij concreet. De Mock Turtle legt uit hoe zijn schoollessen elke dag korter worden. Eerst tien uur, dan negen, dan acht, en zo verder. De grap zit in het woord lessons, dat in het Engels ook aan lessen in de zin van afnemen doet denken. Het is een woordspeling, maar er zit een echte logica onder. Een reeks die elke dag met één krimpt, loopt netjes af naar nul. Dat is een man die met een rekenreeks speelt en er een schoolrooster van maakt.

De tweede plek is de discussie over het verschil tussen zeggen wat je bedoelt en bedoelen wat je zegt. In gewone spraak lijken die twee hetzelfde. In de logica zijn het verschillende beweringen, want de ene volgt niet uit de andere. Carroll laat de personages daar serieus over ruziën, alsof het leven ervan afhangt. Dat is precies wat een logicus grappig vindt, en het is ook precies waar leken overheen lezen.

Als je dit soort passages eenmaal zo ziet, verandert het karakter van het boek. Het speelt niet met beelden. Het speelt met de vorm van het redeneren zelf.

De leesbeweging die van buiten kwam

De derde leesbeweging kwam bij mij van buitenaf. Ik kwam er niet zelf op. Jordan Peterson leest dit soort verhalen naast bijbelse verhalen, bijvoorbeeld naast de gelijkenis van de verloren zoon. De vorm die hij aanwijst is telkens dezelfde. Iemand verlaat de bekende orde, raakt de weg kwijt in een wereld zonder houvast, en komt terug met iets dat hij daarbuiten heeft opgehaald.

Zodra je die vorm eenmaal als sjabloon in handen hebt, ga je hem overal zien. Alice doet precies dat. Ze valt uit een geordende Victoriaanse middag in een wereld waar niets meer vaststaat. Wat haar daar overeind houdt, is dat ze blijft vragen en blijft nadenken. Ze wordt niet gered door een ander. Ze redeneert zich er doorheen, ook als het redeneren zelf tegen haar wordt gebruikt.

Dat maakt van het konijnenhol iets anders dan een decor. Het is de plek waar de bekende regels wegvallen, en het boek gaat over de vraag wat je dan nog hebt om op te staan.

Wat me aan die lezing bevalt, is dat ze het einde verklaart. Alice keert terug naar de gewone middag, en de gewone middag is niet veranderd. Wat veranderd is, is zij. Ze heeft in een wereld zonder vaste regels gemerkt dat ze op haar eigen denken kon staan, en die ervaring neemt ze mee terug. Dat is dezelfde beweging die Peterson in het verhaal van de verloren zoon aanwijst. De zoon komt niet terug met een schat uit de vreemde. Hij komt terug met het besef van wat hij thuis had, en dat besef kon hij alleen buiten opdoen.

Waarom drie lagen tegelijk werken

Wat mij aan dit boek pakt, is dat het op drie niveaus tegelijk werkt zonder dat er één niveau wordt opgeofferd. Een kind leest een avontuur en mist niets. Een volwassene leest een grap over logica en heeft aan hetzelfde materiaal genoeg. Wie een stap verder kijkt, leest een verhaal over hoe je jezelf staande houdt als de regels wegvallen.

Dat is zeldzaam. De meeste teksten die zich op meerdere niveaus voordoen, offeren de onderste laag op. Ze worden vervelend voor het kind om de volwassene te bereiken, of ze blijven zo plat dat er voor de volwassene niets te halen valt. Bij Alice betaalt geen enkele lezer voor de andere. Dat is een technische prestatie, en het is precies het soort werk waar ik zelf naar streef.

Wat ik eraan heb

Die onderste betekenislaag raakt aan mijn eigen werk. Ik kom regelmatig in situaties waarin de regels formeel nog gelden en in de praktijk zijn weggevallen. Een cookiebanner die toestemming vraagt terwijl de trackers al vuurden. Een overheidsdienst die zich aan de wet zegt te houden terwijl de meting iets anders laat zien. Dat zijn kleine konijnenholen. De vertrouwde orde staat er nog op papier, en eronder klopt niets meer.

Wat dan helpt, is dezelfde houding als die van Alice. Blijven vragen wat er precies gebeurt, ook als iedereen om je heen doet alsof de vraag ongepast is. Op zo'n moment word je onder druk gezet om mee te bewegen met een orde die alleen op papier nog bestaat. De thee-tafel in het boek werkt zo. Iedereen zit er alsof de regels kloppen, en wie vraagt waarom de klok op zes uur staat blijven staan, krijgt te horen dat hij onbeleefd is. De vraag zelf wordt tot een fout gemaakt, zodat niemand hem meer stelt. Niet accepteren dat de regels wegvielen alleen omdat het ongemakkelijk is om dat hardop te zeggen. Alice wordt niet groot door kracht. Ze wordt groot door te blijven denken op de enige plek waar denken niet meer vanzelfsprekend is. Dat is de les die ik uit een kinderboek heb gehaald nadat ik het voorwoord had gelezen.

Zie ook Raskolnikov redeneert zijn moord recht, en dat leest lichamelijk ongemakkelijk, De neus begint absurd, wordt onderweg logisch en eindigt weer absurd en Peterson koppelt verantwoordelijkheid aan betekenis en overschrijdt zijn vakgebied.

bronnen
  1. Lewis Carroll, "Alice's Adventures in Wonderland", Macmillan, 1865de tekst zelf; de logische grappen zijn die van een wiskundige
  2. Jordan B. Peterson, "Maps of Meaning: The Architecture of Belief", Routledge, 1999de methode om verhalen als deze naast bijbelse verhalen te lezen
citeer alsBeer, M. (2026, 24 juli). Alice in Wonderland oogt als kinderboek tot je het voorwoord en de duiding erbij leest. mickbeer.com. https://mickbeer.com/#alice-in-wonderland-oogt-als-kinderboek-tot-je-het-voorwoord-en-de

lees dit stuk in het manuscript, met alles waar het aan hangt