e neus begint absurd, wordt onderweg logisch en eindigt weer absurd
De neus was precies wat ik ervan hoopte. Het verhaal begint bij een absurditeit, gaat die vervolgens doodserieus behandelen alsof het een gewone ambtelijke kwestie is, en glijdt aan het eind weer terug in absurditeit. Die middenbeweging is het interessante deel: de logica komt niet om de absurditeit op te lossen, ze komt eroverheen liggen.
Wat ik ervan hoopte, en kreeg¶
Ik was op zoek naar een verhaal dat het absurde serieus neemt zonder er een grap van te maken. De neus is dat. Een ambtenaar wordt wakker zonder neus, en de neus loopt intussen als hooggeplaatste heer door Sint-Petersburg. Dat is de openingszet, en er wordt verder geen woord aan vuilgemaakt. Niemand in het verhaal houdt halt om te zeggen dat dit onmogelijk is.
Gogol schreef het verhaal in 1836. Het hoort bij zijn reeks over Sint-Petersburg, de stad van ambtenaren, rangen en papieren. De hoofdpersoon is een collegiaal assessor die zichzelf graag majoor noemt, want de rang telt voor hem meer dan de mens. Dat detail is niet toevallig. Het hele verhaal draait om een wereld waarin de rang bepaalt wat je waard bent, en juist die wereld krijgt een neus te verwerken die een hogere rang heeft dan zijn eigenaar.
Die keuze van Gogol is scherp. In een standenmaatschappij groet je niet de mens, je groet de rang. En dan loopt daar een neus in een uniform van hogere rang dan de man die hem kwijt is. De eigenaar durft zijn eigen neus nauwelijks aan te spreken, want protocol is protocol. De absurditeit prikt precies waar de samenleving het gevoeligst is. Wie alles op rang bouwt, staat machteloos als de rang zich losmaakt van de mens en zijn eigen weg gaat.
De beweging in het midden¶
Het interessante gebeurt daarna. Het verhaal begint zich te gedragen als een gewone kwestie. Er wordt een aangifte overwogen, er wordt aan een advertentie in de krant gedacht, er wordt over rang en fatsoen gesproken. De vorm is die van een ambtelijke procedure, compleet met de bijbehorende beleefdheid en traagheid. De ambtenaar loopt de loketten af alsof hij een gestolen horloge kwijt is.
Die logica komt niet om het raadsel op te lossen. Ze komt eroverheen liggen. Het absurde blijft precies even absurd, en juist doordat iedereen zich netjes gedraagt wordt zichtbaar hoe vreemd de situatie is. Het apparaat blijft draaien, ook als datgene waarover het draait nergens op slaat. De krantenman weigert de advertentie omdat zoiets de reputatie van de krant zou schaden. De agent spreekt over de neus zoals hij over een verdachte zou spreken. Iedereen doet correct zijn werk, en dat correcte werk is precies wat de scène zo scheef maakt.
Dit is de kern van de vorm die mij bijblijft. De ordelijkheid is geen tegengif tegen de waanzin. Ze is het vergrootglas. Hoe netter de procedure, hoe schriller de onmogelijkheid van waarover ze gaat. De logica dient de absurditeit in plaats van haar te bestrijden.
En dan weer terug¶
Aan het eind keert het verhaal terug naar waar het begon. De neus zit er weer, zonder verklaring, en het leven gaat door. Gogol schrijft er zelf een paar regels bij die erop neerkomen dat zulke dingen nu eenmaal gebeuren, en dat het toch raar is dat een schrijver zoiets kiest om over te vertellen. Dat is geen ontknoping en het wil er ook geen zijn. De verteller haalt zijn schouders op en laat je met de vraag zitten.
Precies dat schouderophalen maakt het verhaal af. Een verklaring aan het slot zou de absurditeit temmen. Ze zou zeggen: het was een droom, of een straf, of een symbool. Gogol weigert die uitweg. Hij laat de onmogelijkheid onmogelijk. De vorm sluit zoals hij opende, met iets waar geen touw aan vast te knopen is, en daartussen ligt de hele ambtelijke ernst.
Die weigering om te verklaren is een moedige keuze. De meeste vertellers willen de lezer aan het eind belonen met betekenis. Gogol houdt die beloning achter. Hij dwingt je om met de ongemakkelijke leegte te blijven zitten die je aan het begin ook al had. En juist doordat er geen moraal wordt uitgedeeld, blijft het verhaal knagen. Een verklaring zou het hebben afgesloten en opgeborgen. De weigering houdt het open, en open blijft het langer bij. Dat is een technisch inzicht over vertellen dat verder reikt dan dit ene verhaal. Wat je niet uitlegt, blijft werken in het hoofd van de lezer.
Waarom deze vorm mij raakt¶
Wat mij bijblijft is de vorm: absurd, dan logisch, dan weer absurd. Dat is dezelfde vorm die ik in de praktijk tegenkom als een systeem iets onmogelijks als normaal behandelt. De procedure klopt van begin tot eind, en de uitkomst slaat nergens op. Ik zie het in de wereld die ik onderzoek voortdurend. Een toestemmingsvraag die formeel klopt en in de praktijk niets betekent. Een register dat keurig is ingevuld en niets beschermt. Een keurmerk dat aan alle eisen voldoet en niets zegt over wat er echt gebeurt.
In al die gevallen is het niet de fout in de procedure die stoort. De procedure is juist smetteloos. Wat stoort is dat de smetteloze procedure over iets onmogelijks heen ligt en het daardoor gewoon laat lijken. Gogol beschreef die beweging bijna twee eeuwen geleden in een verhaal over een verdwenen neus. De vorm is tijdloos, omdat bureaucratie tijdloos is.
Het gevaarlijke aan de middenbeweging is precies dat ze geruststelt. Zolang de vorm klopt, voelt de betrokkene zich in goede handen. Er wordt tenslotte gehandeld, er worden stappen gezet, er is een loket en een formulier. Die schijn van orde neemt de aandrang weg om de kernvraag te stellen, namelijk of het geheel ergens op slaat. De logica in het midden verdooft de argwaan. Ze houdt iedereen bezig met de juiste volgorde van de stappen, zodat niemand meer vraagt waarom de stappen worden gezet. Dat is waarom ik de neus geen grap vind om even bij weg te lachen. Het verhaal legt een reflex bloot die ik in de praktijk voortdurend tegenkom, de reflex om een nette procedure aan te zien voor een goede afloop.
Wat ik eraan vasthoud¶
Hoort hier ook een bewijsniveau. Dit is een leeservaring, geen meting. Dat het verhaal deze vorm heeft, is te controleren door het te lezen, en de literaire context rond Gogol is gepubliceerd en na te zoeken. Dat diezelfde vorm terugkomt in de systemen die ik onderzoek, is mijn eigen waarneming, afgeleid uit wat ik in de praktijk tegenkom. Ik bied het aan als een lens, niet als een bewijs.
Wat ik eraan vasthoud is een waarschuwing bij mijn eigen werk. Als een systeem mij vertelt dat alles in orde is, en elke procedure klopt, dan is dat op zichzelf geen geruststelling. De vraag blijft waar de procedure overheen ligt. De neus leert me om door de correcte vorm heen te kijken naar wat er werkelijk onder ligt.
Er is een reden dat een verhaal me dit beter bijbrengt dan een handleiding het zou doen. Een regel die zegt dat je door de vorm heen moet kijken, vergeet je. Een beeld van een ambtenaar die zijn eigen neus in een uniform de straat ziet oplopen, blijft. Als ik in de praktijk een smetteloze toestemmingsvraag of een keurig ingevuld register tegenkom, komt dat beeld vanzelf terug, en met het beeld de argwaan. Zo doet de literatuur werk dat een checklist niet doet. Ze plant een gevoel voor de scheefheid dat sneller aanslaat dan welke regel ook. Daarom lees ik dit soort verhalen naast mijn technische werk, en niet los daarvan.
Zie ook Raskolnikov redeneert zijn moord recht, en dat leest lichamelijk ongemakkelijk, Kafka's grootste creatie is een bijvoeglijk naamwoord en Technisch juiste uitspraken kunnen een verkeerde indruk wekken.
- Nikolaj Gogol, "De neus", 1836het verhaal zelf, inclusief de slotalinea waarin de verteller zich verontschuldigt