askolnikov redeneert zijn moord recht, en dat leest lichamelijk ongemakkelijk
Ik kreeg hoofdpijn van Misdaad en straf, en plaatsvervangende schaamte. Niet van het geweld, maar van de manier waarop Raskolnikov zichzelf gelijk geeft. Hij praat zijn daad stap voor stap recht, en elke stap klinkt redelijk. Dat is zo echt en zo tastbaar opgeschreven dat je het in je lijf voelt. Het slot vond ik een anticlimax.
Wat het met me deed¶
Ik heb weinig boeken gelezen waarvan ik lichamelijk last kreeg. Bij Misdaad en straf gebeurde dat wel. Hoofdpijn, en daarnaast een soort plaatsvervangende schaamte die ik zelden bij fictie heb. Dat komt niet door de moord. Het komt door de honderden bladzijden eromheen, waarin een man met zichzelf onderhandelt tot hij uitkomt waar hij wil uitkomen.
Dat wil ik vasthouden als het kernfeit van mijn leeservaring. Bewijsniveau: dit is mijn eigen waarneming. Het is geen literaire analyse die ik ergens heb gelezen. Het is wat het boek fysiek met me deed. De hoofdpijn en de schaamte waren echt, en ze kwamen niet van het bloed. Ze kwamen van de redenering.
Waarom de redenering zo ongemakkelijk is¶
Raskolnikov bouwt zijn eigen vrijbrief. Hij begint bij een idee dat op zichzelf te verdedigen valt. Dat sommige mensen de wereld verder brengen en dat gewone regels hen daarbij in de weg zitten. Dostojevski schreef dit in 1866, in een tijd waarin dat soort denken in de lucht hing. De gedachte van de buitengewone mens die boven de moraal staat, de figuur die later bij anderen zou uitgroeien tot de Übermensch, zit hier al in de kiem. Raskolnikov noemt Napoleon. Hij vraagt zich af of een groot mens de regels mag breken die voor de kleine gelden.
Dostojevski schreef dit ook als antwoord op een denkklimaat dat hij verafschuwde. In de jaren zestig van de negentiende eeuw was het rationeel egoisme in de mode, de gedachte dat een mens al zijn keuzes kon herleiden tot een verstandig eigenbelang, en dat de moraal zich liet narekenen als een som. Raskolnikov is voor een deel het product van dat idee, doorgetrokken tot zijn uiterste. Hij past het rekenen toe op een mensenleven. Als je alles kunt narekenen, dan kun je ook narekenen dat een nutteloze oude vrouw minder waard is dan het goede dat je met haar geld zou doen. Dostojevski laat die rekensom haar eigen conclusie bereiken en toont wat er dan gebeurt met de mens die haar maakt.
Vanaf dat punt zet hij stappen die elk afzonderlijk redelijk klinken. Aan het eind van die keten staat een dubbele moord, en hij ziet het als een vraagstuk dat hij correct heeft opgelost. Wat het zo tastbaar maakt, is dat je die stappen kunt volgen. Je herkent de beweging. Iedereen praat weleens iets recht dat niet recht is, en je doet dat met dezelfde techniek. Je zoomt uit tot de daad klein lijkt, en je vergroot het doel tot het de rekening dekt. Dostojevski laat die techniek van binnenuit zien. Daarom voelt het alsof je meekijkt bij iets waar je niet bij hoort.
Zonde wegredeneren alsof het niets is¶
Het meest verontrustende zit in het gemak. Hij weegt zijn geweten niet af, hij zet het uit. Schuld wordt een probleem van de uitvoering. Was hij zorgvuldig genoeg, heeft iemand hem gezien, klopt het verhaal dat hij vertelt. De vraag of het mocht komt pas veel later, en dan nog aarzelend.
Die verschuiving is het hart van het boek. De morele vraag, mag dit, wordt vervangen door een reeks technische vragen, lukt dit. Zodra die ruil is gemaakt, is de daad in zekere zin al gepleegd, ook al is er nog niemand dood. Het geweten is niet weerlegd. Het is opzijgezet als iets dat er nu even niet toe doet. Dostojevski toont dat opzijzetten in slow motion, en dat is wat je in je lijf voelt.
En hij laat het niet ongestraft. Het lichaam van Raskolnikov weet wat zijn hoofd wegredeneert. Hij wordt ziek, hij ijlt, hij trekt aandacht door precies de dingen te doen die een schuldige zou doen. De redenering zegt dat het mocht, en alles onder de redenering protesteert. Dat is misschien het scherpste wat het boek doet. Het laat zien dat je jezelf wel kunt overtuigen, en dat de overtuiging de rest van je niet meekrijgt. De schaamte die ik als lezer voelde, is een echo van die breuk. Je kijkt naar iemand die zichzelf heeft wijsgemaakt dat het klopt, terwijl elke vezel van hem het tegendeel uitschreeuwt.
Hetzelfde patroon buiten de roman¶
Ik heb dit patroon ook buiten de roman gezien, in mijn eigen werk. Een organisatie die weet dat ze iets doet dat niet mag, en de vraag omzet in een uitvoeringsvraag. Is het gemeld, is er een verwerkersovereenkomst, staat er een DPIA op de plank. De morele vraag verdwijnt achter de procedurele. Dat is dezelfde beweging als bij Raskolnikov, alleen netter gekleed.
Bewijsniveau van deze parallel: afgeleid. Ik meet geen geweten, en ik lees geen gedachten. Wat ik meet, is dat een verwerking loopt die niet mag, en dat er tegelijk een stapel documenten klaarligt die de vorm regelt. De documenten beantwoorden hoe. Ze beantwoorden niet of. Dezelfde ruil dus. De vraag of het mag, verdwijnt achter de vraag of het correct is afgehandeld. Ik trek de vergelijking bewust met terughoudendheid, want een tracker is geen moord. Wat overeenkomt is de techniek, de verplaatsing van de morele vraag naar de procedure, en die overeenkomst is wat het boek voor mij bruikbaar maakt.
Waarom het slot me tegenviel¶
Het einde vond ik een anticlimax. Vijfhonderd bladzijden lang wordt de spanning opgebouwd rond een man die zichzelf niet kan toegeven wat hij heeft gedaan, en de ommekeer die daarop volgt komt snel en van buitenaf. Ik geloofde de opbouw en ik geloofde de bekentenis. De verlossing daarna las voor mij als iets dat erbij is gezet.
Ik sta daar niet alleen in, en dat stelt me gerust over mijn eigen oordeel. De epiloog van Misdaad en straf, waarin Raskolnikov in de strafkolonie tot inkeer komt, wordt in de kritiek al lang bediscussieerd als het zwakste deel. Meerdere lezers en critici hebben die ommekeer als abrupt en onvoldoende voorbereid ervaren. Dostojevski had een christelijk plan met dat einde, de zonde die door lijden en liefde wordt verlost. Dat plan is oprecht en het past bij zijn latere werk. Voor mij als lezer landde het niet, omdat het tempo en de richting ineens veranderen. De rest van het boek graaft van binnenuit, en de verlossing komt van buiten aanwaaien.
Wat ik eraan overhoud¶
Dat laatste is het belangrijkste voor mijn eigen werk. Dit is een oordeel over de roman, niet over de schrijver. Het boek heeft me iets geleerd wat ik dagelijks gebruik. De gevaarlijkste redenering is niet de domme redenering. Het is de redenering waarin elke stap klopt. Raskolnikov gaat nergens duidelijk de fout in, en toch komt hij uit bij een moord. Dat is precies de vorm die ik tegenkom bij organisaties die weten dat ze fout zitten. Elke afzonderlijke stap is te verdedigen, en de optelsom deugt niet.
Wie dat mechanisme één keer van binnenuit heeft gevoeld, herkent het sneller in het echt. Het boek heeft me daar gevoeliger voor gemaakt. Ik let nu op het moment waarop een gesprek van de vraag of iets mag overslaat naar de vraag of iets netjes is afgehandeld. Dat is het scharnier. Bij Raskolnikov gebeurt het met een mensenleven, bij een organisatie met een gegevensstroom, en de beweging is hetzelfde. Daarvoor was de hoofdpijn het waard.
Zie ook Tolstoj destilleert hebzucht tot twintig bladzijden, De neus begint absurd, wordt onderweg logisch en eindigt weer absurd en Beargumenteer eerst het tegendeel van je eigen bevinding.
- Fjodor Dostojevski, "Misdaad en straf", 1866de roman zelf; de redenering van Raskolnikov staat er van binnenuit in