en scherm heeft ons territorium vergroot
Iemand die iets vervelends onder jouw bericht zet, laat je hartslag stijgen. Leg dat eens uit aan iemand van vijftig jaar geleden. We verdedigen en onderhouden sinds kort een stuk grondgebied dat niet bestaat in de ruimte, en het lichaam reageert erop alsof er iemand in de tuin staat.
Het lichaam reageert alsof er iemand in de tuin staat¶
Iemand zet iets onaardigs onder jouw bericht. Je hartslag gaat omhoog. Je merkt het in je borst, je leest het opnieuw, je denkt er 's avonds nog aan.
Leg dat eens uit aan iemand van vijftig jaar geleden. Een vreemde heeft een zin geschreven op een plek die van niemand is, en jouw lichaam reageert alsof er iemand op je erf staat.
Dat is precies wat er gebeurt. We hebben er territorium bij gekregen.
Waarom dat aannemelijk is¶
Territoriumgedrag is oud en het zit diep. Een plek als de jouwe ervaren, alert worden als iemand die plek betreedt, en fysiek in de verdediging schieten bij een indringer, dat is geen aangeleerd gedrag maar een reactie die al klaarlag.
Wat nieuw is, is dat er sinds kort plekken bestaan die aan die beschrijving voldoen zonder ruimte in te nemen. Een profiel. Een tijdlijn. Een groep. Een reactiesectie onder iets dat jij hebt gemaakt. Dat gedraagt zich als grondgebied: het heeft een grens, het heeft een eigenaar, er zijn mensen die er horen en mensen die er binnendringen.
Het lichaam kent het onderscheid tussen grond en scherm niet. Het kent alleen de vraag of iemand jouw plek betreedt.
Wat het kost¶
Grondgebied verdedigen kost energie. Dat gold altijd al, maar het was begrensd: je had één erf, één dorp, één plek waar je hoorde. Nu heeft de gemiddelde persoon er een stuk of vijf bij, allemaal met eigen grenzen, eigen indringers en eigen onderhoud, en ze zijn allemaal permanent open.
Ik denk dat een deel van de vermoeidheid die mensen aan sociale media toeschrijven hier vandaan komt. Niet van de hoeveelheid informatie, maar van het feit dat er onafgebroken een stuk terrein bewaakt moet worden dat er vijftig jaar geleden niet was.
Wat ik hier nog niet van weet¶
Dit is een gedachte, geen bevinding, en ik label hem als zodanig. Ik heb geen meting die aantoont dat de fysiologische reactie op een online indringer dezelfde is als op een fysieke. Wat ik heb is de eigen waarneming, en het feit dat de beschrijving verdacht goed past.
Wat het zou toetsen: fysiologische metingen bij mensen die een grensoverschrijding op een eigen online plek meemaken, vergeleken met een neutrale prikkel van dezelfde emotionele lading. Als de reactie territoriaal is, zou hij moeten verschillen van gewone ergernis. Dat is te doen, en ik weet niet of het al gedaan is.