familiewapen Mick Beermickbeer.com

manuscript · Waarom ik dit doe

beginselessayWaarom ik dit doeverwant

Wie dit werk nog meer doet, en wat ik van ze leen

Ik ben niet de enige die meet en publiceert, al zijn we met weinig. Tien plekken waar hetzelfde probleem op een andere manier is opgelost, met per plek wat er beter werkt dan bij mij en wat ik overneem. Wie zijn eigen werk wil verbeteren, kijkt eerst naar wie het al langer doet.

Waarom deze lijst er is

Ik krijg regelmatig te horen dat wat ik doe uniek is. Dat klopt voor Nederland, en dat is eerder een probleem dan een compliment. Buiten Nederland bestaat dit werk wel, in verschillende vormen, en op een paar punten doen ze het aantoonbaar beter dan ik.

Hieronder tien plekken, met per plek wat ik ervan overneem. Alle tien zijn nagelopen op de datum van dit stuk en waren bereikbaar.

De vorm: gwern.net

Een enkele site met duizenden onderling verbonden stukken, elk met metadata over hoe zeker de auteur is, hoe belangrijk hij het vindt, en wanneer het voor het laatst is herzien. Niets is af, alles wordt bijgewerkt, en dat is zichtbaar.

Wat ik overneem: het idee dat een stuk een staat heeft in plaats van een publicatiedatum. Mijn labels bevinding, beginsel en gedachte komen daarvandaan. Wat ik nog niet heb: zijn annotaties bij verwijzingen, waarbij je bij het zweven over een link al ziet wat er achter zit.

Het model: The Markup, met Blacklight

Een redactie die een meetinstrument bouwde waarmee iedereen zelf een website kan scannen, en daar journalistiek omheen maakt. De lezer kan de meting overdoen op zijn eigen favoriete site.

Dat is precies het model waar ik zelf in werk: een instrument dat het bewijs levert, plus stukken die uitleggen wat het betekent. Zie Hoe mijn scanner werkt, van bezoek tot bewijsstuk. Wat zij beter doen is de drempel: bij hen typ je een adres in en je krijgt een leesbaar rapport. Bij mij is de scanner een ding dat ik draai.

Dat is het duidelijkste gat in mijn werk, en het staat op de lijst.

De diepte: Cracked Labs

Onderzoeksrapporten over de handel in persoonsgegevens, met schema's die een keten van tientallen partijen op één pagina begrijpelijk maken. Waar ik meet wat er gebeurt, brengen zij in kaart wie er in de keten zit en waarom.

Wat ik overneem: het schema als product. Een goede tekening van een keten overleeft de tekst eromheen.

De juridische route: ICCL en noyb

De Ierse burgerrechtenraad heeft van meetwerk aan advertentieveilingen een handhavingszaak gemaakt. noyb, de organisatie van Max Schrems, dient stelselmatig klachten in en publiceert de uitkomsten.

Wat ik ervan leer: een meting is pas een resultaat als iemand er iets mee moet. Zij bouwen het dossier zo dat een toezichthouder het kan overnemen. Zie Zonder geldige toestemming is de cookie onrechtmatig voor hoe ik dat probeer te doen.

De ranglijst: privacytests.org

Herhaalbare tests op browsers, met de uitslag in een tabel die maandelijks wordt bijgewerkt. Iedereen kan de test zelf draaien en de uitslag narekenen.

Dat is wat mijn Nationale Privacy Index probeert te zijn. Wat zij beter doen: de test staat er in code bij, dus een leverancier die het oneens is kan precies zien waarop hij zakt.

De dataset: whotracks.me

Meetdata over trackers, publiek beschikbaar, uit een browserextensie met veel gebruikers. Grote dekking, weinig diepte per site.

Mijn data is het spiegelbeeld: veel diepte per site, veel kleinere dekking. Dat is geen tekortkoming van een van beide, het zijn twee soorten meting. Wel iets om te vermelden als iemand mijn cijfers naast de hunne legt.

De publiekstool: Cover Your Tracks van de EFF

Eén pagina waarop je in tien seconden ziet hoe herkenbaar je browser is. Geen rapport, geen uitleg vooraf, gewoon het resultaat.

Wat ik overneem: het besef dat de meeste mensen nooit een rapport gaan lezen. Ze willen één keer zien dat het waar is.

De Nederlandse stem: berthub.eu

Bert Hubert schrijft in het Nederlands over techniek en overheid, voor ongeveer hetzelfde publiek als ik, met dezelfde dynamiek van stukken die via sociale media rondgaan.

Wat ik ervan leer: hij legt technische zaken uit zonder de lezer dom te vinden en zonder in jargon te vervallen. Dat is moeilijker dan het lijkt.

De vindbaarheid: simonwillison.net

Enorme output aan korte stukken, allemaal met een eigen adres, allemaal doorzoekbaar, allemaal onderling gelinkt. Wie iets zoekt dat hij ooit is tegengekomen, vindt het daar terug.

Dat is precies wat mijn manuscript nog niet was toen ik eraan begon: alles stond op één adres, dus niets was apart vindbaar of deelbaar. Dat is nu opgelost, en dit is de plek waar het idee vandaan kwam.

Wat de vergelijking oplevert

Drie dingen die zij hebben en ik niet:

1. Een instrument dat de lezer zelf kan draaien. Bij mij draait de scanner, en de lezer krijgt de uitkomst. Dat maakt hem afhankelijk van mijn woord, en dat is precies wat ik bij anderen bekritiseer. 2. Schema's die de keten tonen. Mijn ketens staan nu in tekst en tabellen. 3. Een publieke testdefinitie. Wie zakt voor mijn index, kan niet in de code kijken waarom.

En één ding dat ik heb en zij niet: metingen over de volle breedte van de Nederlandse overheid, met bewaard bewijs per site. Dat is het stuk waar niemand anders aan komt, en het is de reden dat dit werk in Nederland toch ergens toe leidt.

citeer alsBeer, M. (2026, 25 juli). Wie dit werk nog meer doet, en wat ik van ze leen. mickbeer.com. https://mickbeer.com/#wie-dit-werk-nog-meer-doet-en-wat-ik-van-ze-leen

lees dit stuk in het manuscript, met alles waar het aan hangt