Incoming: waarom ESA scherper over risico praat dan de hele securitysector

ESA publiceerde in 2022 een pagina met de titel Incoming! Debris enroute to the Moon, en schreef erbij dat er geen richtlijnen bestaan voor wat je met zo'n object hoort te doen. Woensdag slaat er opnieuw een lege raket in op de maan en die richtlijnen zijn er nog steeds niet. Dit stuk gaat niet over ruimtevaart: het gaat over de vraag waarom een ruimteorganisatie een woord gebruikt dat wij in de digitale veiligheid nooit gebruiken, en wat we missen doordat we dat niet doen.

Drie identieke figuren die naar elkaar wijzen, met de bijschriften Mijn raket, Onze raket en Jouw raket.

Bij de vorige onbedoelde maaninslag, in maart 2022, is nooit vastgesteld van wie het object was. Het werd eerst toegeschreven aan een Amerikaanse raket, daarna aan een Chinese, en China sprak dat tegen.

ESA publiceerde op 2 februari 2022 een pagina met de titel “Incoming! Debris enroute to the Moon”.

Lees die titel nog een keer. Dat is geen ruimtevaartproza. Dat is de kop van een melding op een dashboard. Er komt iets aan, het is al onderweg, en er staat een uitroepteken achter.

Die pagina ging over een andere inslag: op 4 maart 2022 raakte een uitgeputte raketrap de maan, de eerste onbedoelde botsing van menselijk afval met een ander hemellichaam. ESA schreef er destijds bij dat er “no clear guidelines exist at the moment” voor wat je met zo’n object hoort te doen, en riep op tot internationale regels waarin Europa het voortouw zou kunnen nemen.

Dat is vier jaar geleden. Woensdag gebeurt het opnieuw, en die richtlijnen zijn er nog steeds niet.

Ik werk in de digitale veiligheid en ik heb dat woord in mijn eigen vak nooit gehoord. Wij schrijven “kwetsbaarheid”, “risico”, “blootstelling”. Allemaal woorden voor een toestand: iets is zo. Er loopt geen klok in dat woord. Je kunt er een cijfer aan hangen, het in een register zetten en volgend kwartaal opnieuw bekijken, en niets aan de beschrijving zegt dat dat verkeerd is.

“Incoming” zegt dat wel. Daar zit een baan in, en een aankomsttijd.

Dit stuk gaat dus niet over ruimtevaart. Het gaat over de vraag waarom een Europese ruimteorganisatie scherper over risico praat dan de sector die er zijn beroep van heeft gemaakt.

De aanleiding

Op 5 augustus 2026, rond half zeven ‘s ochtends, slaat een lege raketrap in bij de krater Einstein op de maan. Vierduizend kilo, ruim 8.700 kilometer per uur, een krater van 27 meter breed en vijf meter diep. De vrijkomende energie is uit die twee getallen zelf te berekenen, dus reken mee:

E = ½ · 4.000 kg · (2.417 m/s)²  =  11,7 miljard joule
gedeeld door 4,184 miljard joule per ton TNT  =  ongeveer 2,8 ton TNT

Het is de bovenste trap van een raket die in januari 2025 twee maanlanders wegbracht. Beide landers kwamen aan waar ze moesten aankomen; dat deel was tot op de seconde uitgerekend. De voorspelling waar iedereen deze week naar verwijst komt van Bill Gray, een onafhankelijke astronoom met zijn eigen software.

Ik moet hier meteen een aanname van mezelf corrigeren, want die had ik ook. Het is niet zo dat er niemand kijkt. ESA’s Planetary Defence Office volgt dit soort objecten met telescopen wereldwijd, en bij de inslag van 2022 leverden zowel Bill Gray als NASA’s JPL analyses. Er wordt dus wel degelijk gemeten.

Wat ontbreekt is iets anders, en dat is preciezer en ongemakkelijker: er is geen partij die op grond van die meting iets kan tegenhouden.

Ik ga hier niet één bedrijf of één ondernemer op aankijken. Dat is de makkelijke versie van dit verhaal en ook de verkeerde. Wat er ontbreekt is geen goede wil, het is een loket. De Amerikaanse luchtvaartautoriteit toetst een lancering op veiligheid op aarde. De telecomtoezichthouder heeft afvalregels, maar voor satellieten in een baan om de aarde. Niemand toetst wat er na afloop met een lege trap gebeurt op weg naar een ander hemellichaam. Het Ruimteverdrag van 1967 verbiedt “schadelijke verontreiniging”, maar dat is in bijna zestig jaar nooit uitgewerkt voor uitgeputte raketten.

Dat is te gek voor woorden, en het is tegelijk volstrekt herkenbaar.

En het kan wel. ESA bouwt in Vega en Ariane 6 de mogelijkheid in om de bovenste trap opnieuw te ontsteken, juist om hem veilig te laten terugkeren. Het is dus geen technische onmogelijkheid en geen natuurwet. Het is een keuze die de een wel maakt en de ander niet, omdat niemand hem afdwingt.

Wat “incoming” doet wat “risico” niet doet

Zet de twee naast elkaar.

Een kwetsbaarheid is een toestand. Hij heeft een nummer, een score en een omschrijving. Hij zegt niets over tijd. Je kunt hem laten liggen zonder dat de beschrijving daar bezwaar tegen maakt, en dat is precies wat er in de praktijk gebeurt: risicoregisters groeien, en de oudste regels zijn de rustigste.

Incoming is een object met een baan en een aankomsttijd. Tegenhouden kan niet meer. De enige vraag die overblijft is of je klaarstaat als het aankomt. Daar valt niets aan uit te stellen, want het uitstel is zichtbaar: de afstand wordt kleiner terwijl je kijkt.

Dat verschil is geen woordspel. Het is het verschil tussen een risicoregister en een radarscherm. Een register nodigt uit tot prioriteren, wat in de praktijk vaak neerkomt op wegkijken van alles onder de streep. Een radarscherm nodigt uit tot voorbereiden, want alles wat erop staat komt onvermijdelijk ergens aan.

Dit is technisch gewoon waar

Het mooie is dat de vergelijking niet alleen retorisch klopt.

Een kwetsbaarheid legt een traject af dat we kennen. Eerst de publicatie. Dan de eerste werkende exploitcode. Dan het massale scannen. Dan het misbruik in de breedte. Dat gaat niet willekeurig, en het gaat zelden veel sneller of langzamer dan de vorige keer.

Bij een raket noemen we dat een baan. En dan zetten we erbij: aankomst woensdag, rond half zeven, met deze marge.

Bij een kwetsbaarheid geven we een cijfer van 1 tot 10 en laten we de ontvanger zelf uitzoeken hoeveel tijd hij heeft.

Die marge is trouwens in beide gevallen echt. Tussen aarde en maan trekken aarde, maan en zon alle drie aan het object, plus de druk van zonlicht. Bill Gray geeft daarom geen zekerheid maar een venster, en dat venster wordt kleiner naarmate hij vaker meet. Precies zo werkt het bij een kwetsbaarheid: het venster is er, en hij wordt smaller met elke waarneming. Alleen publiceren wij het venster niet.

Dat is precies wat je in de digitale veiligheid ook zou kunnen doen, en deels al doet. Er bestaat een systeem dat de kans op uitbuiting van een kwetsbaarheid voorspelt. Er bestaat een lijst van kwetsbaarheden waarvan bekend is dat ze nu actief worden misbruikt. De bouwstenen liggen er dus.

Wat ontbreekt is de vorm waarin het bij de ontvanger aankomt. Niemand zet erbij: dit is onderweg naar jouw sector, verwachte aankomst over zoveel weken, met deze marge.

De tweede parallel, en die is erger

Er is nog een reden dat ik van dit maanverhaal niet loskom.

De fysieke schade van die inslag is klein, en dat hoort erbij als je eerlijk wilt blijven. De maan wordt continu geraakt door natuurlijke brokstukken die vele malen sneller binnenkomen; één natuurlijke steen van honderd kilo levert al meer energie dan deze vierduizend kilo. De maan is niet van slag van één krater erbij.

Wat wel kapotgaat, staat in een studie in Journal of Geophysical Research: Planets uit 2025, met de titel “Can Spacecraft-Borne Contamination Compromise Our Understanding of Lunar Ice Chemistry?” Uitlaatgassen en inslagresten bevatten water en organische stoffen die ook van nature op de maan voorkomen. Eén enkele lander kan de ijle dampkring ter plaatse tijdelijk domineren. Het gevolg: bij toekomstige metingen aan het waterijs in de permanent beschaduwde poolkraters is straks niet meer vast te stellen of wat je vindt van de maan is of van ons.

Dat ijs ligt daar mogelijk miljarden jaren en kan iets zeggen over hoe water op aarde is gekomen. Zodra het besmet is met onze eigen chemie is die vraag niet meer zuiver te beantwoorden. Niet omdat het ijs weg is, maar omdat de herkomst niet meer vaststaat.

Dat is geen milieuschade. Dat is verlies van bewijs, en in mijn vak heeft dat een naam: een gebroken bewijsketen. Je hebt het materiaal nog, maar je kunt niet meer aantonen wat er origineel aan was en wat er onderweg bij is gekomen. Vanaf dat moment is het als bewijs waardeloos, hoe zorgvuldig je verder ook meet.

Wie wel eens forensisch onderzoek heeft gedaan na een inbraak weet hoe dat voelt: het systeem was opgeruimd voordat iemand een kopie had gemaakt. Niet uit kwade wil. Gewoon omdat opruimen niemands verboden taak was.

Waarom ik dit opschrijf

Ik betrapte mezelf op de aanname dat bij missies van deze omvang, met deze bedragen en deze mensen, zoiets ergens wel is afgevinkt. Dat blijkt niet zo. En het ongemakkelijke is dat het niet komt doordat er niet over is nagedacht. Er is over nagedacht, het is gepubliceerd in vaktijdschriften, en ESA zette er in 2022 een pagina over online met een uitroepteken in de kop.

Het gat zit niet in de kennis. Het zit in de bevoegdheid.

Dat maakt het taaier dan onwetendheid, want tegen onwetendheid helpt uitleggen. Tegen een ontbrekende bevoegdheid helpt uitleggen niets. Iedereen knikt, iedereen vindt het een goed punt, en er verandert niets, omdat er geen functieomschrijving is waar het in valt.

Dat is precies waar ik in mijn eigen werk elke week tegenaan loop. Ik meet welke partijen meekijken op Nederlandse websites, ik kan aanwijzen wie dat zijn en onder welk rechtsgebied ze vallen, en dan volgt de instemming zonder de opvolging.

Wat ik hier leerde gaat dus niet over de ruimte. Het is dat ESA het woord koos dat wij zouden moeten gebruiken. Niet: hier is een risico, oordeel zelf. Maar: dit is onderweg, dit is de aankomsttijd, en dit gebeurt er als je niets doet.

Incoming.

Bronnen

De inslagvoorspelling voor 5 augustus 2026 (tijdstip, plaats, massa, snelheid en kraterafmetingen) berust op berichtgeving rond het werk van Bill Gray. De onzekerheidsmarge op tijd en plaats is inherent aan dit soort banen.

← terug naar artikelen